Monthly Archives:januari 2015

Review van medeschrijfster

28 jan 15
R.A. de Jong
No Comments

Soms komt een boek op een heel andere manier in je handen, dan normaal. Dit boek, door de Jong zelf ontworpen, heeft zo’n impact dat het een mooie recensie verdient. Een handreiking aan de “ontwetende” mensen die nu eens lezen wat zich afspeelt in zo’n ambulance. Misschien iets om aan te denken, als je weer leest dat hulpverleners lastig gevallen worden door onverlaten. Een mooie kijk op hoe het er aan toe gaat, voor, tijdens en na een rit.
Een vraag van mij over een medisch onderwerp op de sociale media bracht me vrijwel meteen naar Ronald de Jong. Ronald de Jong is auteur. Tevens is hij ambulancemedewerker/First Responder in regio Gelderland – Midden.

Voor mij de uitgelezen persoon om mij van een antwoord te voorzien. Tenminste, een kant en klaar antwoord op de vraag die ik stelde. Maar ik wilde meer horen. Over hoe het nou voelt, het werken in een ambulance. Emoties, hoogte- en dieptepunten. Al schrijvend naar elkaar kwam zijn boek naar voren: Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis. Hierin beschrijft de Jong zijn ervaringen in de ambulance.

Niet lang hierna kreeg ik zijn paperback in handen. Een mooi boek vol verhalen over 33 jaar dienstverlening. Ik begon te lezen en kon het boek niet meer wegleggen. Een boek met een lach en een traan. En een laatste verhaal waarvan ik heel diep moest slikken…

Ronald de Jong start in de jaren zeventig zijn werkzaamheden in het ziekenhuis als broeder. Hij kwam al snel in contact met een ambulancemedewerker. In die tijd “werkte” het nog heel anders dan nu. De Jong heeft goed omschreven wat hij destijds meemaakte. Geleidelijk beginnen vervolgens de eerste verhalen. De Jong omschrijft casus na casus op een duidelijke, prettige wijze. Hij vertelt over mogelijke achtergronden, rauwe emoties, verdriet, soms opluchting en ook ongeloof over familie, artsen of de patiënt zelf.

Tussen de verhalen door geeft de Jong wat inside-informatie over hoe hij werkt met zijn collega’s en over hoe het er aan toe gaat op de meldkamer. Niet alleen de ritten worden beschreven, maar ook de collegialiteit, de samenwerking met artsen en het ziekenhuis komt naar voren. De Jong laat ook de nodige zelfspot naar voren komen, door te vertellen wat er kan gebeuren als hij of zijn collega zelf ziek zijn.

Mijn vraag over de emoties en gevoelens in een ambulance zijn zeker naar tevredenheid beantwoord. Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis heeft me gepakt, geraakt en aan het nadenken gezet. Een goed boek, mooi geschreven in vlotte bewoordingen. Het is een eerlijk verhaal, onverbloemd verteld. Een verhaal waar menig relschopper iets van kan leren: blijf met je handen van onze hulpverleners af!

Kirstin Rozema

PTSS, Het relaas van Bert

11 jan 15
R.A. de Jong
one comments

PTSS?   Dat zal mij niet overkomen

Bert werkt al jaren bij de brandweer. Hij is als vrijwilliger actief betrokken bij het korps. Als vaste gewonden verzorger is hij de medische man binnen zijn sectie. De groep waar hij deel van uitmaakt is hecht en iedereen kent elkaar, ook vanuit de privé situatie. Op de gezamenlijke oefenavonden wordt er veel gepraat over werkgerelateerde zaken en als groep doen ze mee aan jaarlijkse wedstrijden. Bert heeft in de afgelopen jaren veel ellende gezien. Hij en zijn groep zijn vaak betrokken geweest bij zware verkeersongevallen veelal met dodelijke afloop. Het is al diverse malen voorgekomen dat ze bekenden uit een wrak moesten zagen. Soms lichtgewond, soms zwaargewond of al overleden. Het risico om een bekende te treffen is groot in het gebied waar Bert werkt. In de buitengebieden en dorpen zijn de brandweer vrijwilligers bijna allemaal inwoners van het dorp en hebben daar ook vaak hun full-time werkzaamheden. In zo’n gemeenschap kent iedereen elkaar en het is een gegeven dat ze vaak geroepen worden bij incidenten waar bekenden bij betrokken zijn.

De incidenten waar ze mee te maken krijgen worden op de kazerne vaak nagesproken en als het nodig is wordt er een beroep gedaan op het Bedrijfs Opvang Team. De onderlinge verstandhouding is goed en niemand heeft het gevoel dat er collega’s zijn die problemen hebben met het verwerken van hulpverlenings situaties. Ook Bert mengt zich regelmatig in de gesprekken van de groep en niemand heeft er enig benul van dat Bert minder stevig in zijn schoenen staat dan hij doet voorkomen.

Tot op heden heeft hij zich goed staande kunnen houden. De inzetten die hij gedaan heeft en waar zwaargewonde slachtoffers bij waren, heeft hij goed kunnen verwerken. Hij kan zijn collega’s motiveren en steunen die er wel zichtbaar problemen van ondervinden. Niemand binnen de groep kent de angst die Bert al jaren beheerst. De angst die bij iedere oproep opnieuw naar boven komt, hem klamme handen en een droge mond bezorgt. Hopend dat hij nooit aan zal treffen wat hem al jaren slapenloze nachten bezorgt. Hij weet dat hij zichzelf constant moed in blijft spreken. Ondanks alles wat er gebeurt is zal dat vreselijke moment zich herhalen.

De vraag is niet of het gebeurt, maar wanneer. Vaak heeft hij zich afgevraagd of het niet beter is om te stoppen met zijn vrijwilligerswerk en daarmee te voorkomen dat hij opnieuw in die situatie beland die hij al jaren probeert te verdringen. Zelfs zijn eigen vrouw heeft geen idee van zijn geestelijk geworstel, het hele nachten wakker liggen en het slikken van kalmerende middelen. Nooit heeft hij gesproken over de impact die het bij hem teweeg gebracht heeft. Als brandweerman kan hij het zich niet veroorloven om die gevoelens te tonen. Hij is getraind om handelend op te treden onder alle omstandigheden.

De pieper gaat en Bert laat zijn dagelijkse werk voor wat het is en fietst snel naar de kazerne. Op het display aan de muur staat om welk incident het gaat: Ongeval met beknelling op een steenworp afstand van de kazerne. De meldkamer geeft de bevelvoerder van het voertuig via de mobilofoon aanvullende informatie.

Bert verstard als hij hoort dat het slachtoffer bijna niet meer ademt.

 

Luister naar het relaas van Bert

 

 

————————————————————————————————————————————————————————————–

 

 

Ruzie tijdens de kerstdagen

08 jan 15
R.A. de Jong
No Comments

Ik heb altijd de stille hoop dat onze medeburgers op feestdagen meer aan zichzelf denken dan aan ons. Want laten we nou eerlijk zijn, het feesten en de gezelligheid zijn toch meer voor elkaar bedoeld dan voor een kennismaking met de hulpverleners. Ondanks dat ik na 35 jaar in het vak beter moet weten, hoop ik altijd op rustige feestdagen. Hebben we ons net goed en wel geïnstalleerd op de bank voor de TV begint de pieper begint alweer te rammelen. Ik vraag me wel eens af of er ergens verborgen camera’s hangen. Het kan toch geen toeval zijn dat altijd als je, net je schoenen uit hebt getrokken, je eten op hebt geschept of op het toilet zit, dat ze je oppiepen. Ik werp snel een blik op de klok die even voor 10 uur aanwijst en zeg tegen mijn maatje van die dag: “Beetje vroeg voor hartklachten op kerstochtend, of niet?” Wat kan er nog meer in de aanbieding zijn zo vroeg in de ochtend? Een hersenbloeding, valpartij?

We klauteren in de auto en op het display kunnen we lezen dat het gaat om een jonge vrouw die onwel geworden is en niet meer aanspreekbaar is. We kijken elkaar aan en denken waarschijnlijk hetzelfde. Of het is echt foute boel of het valt allemaal wel mee. Het betreft immers een jonge vrouw en als het om een reanimatie zou gaan, hadden ze dat er wel bij gezegd. Veel geluid hoeven we niet te maken want om dit tijdstip is er nog geen kip op de weg, behalve wij natuurlijk. Een minuut of 6 later arriveren we op het opgegeven adres waar we worden opgewacht door een man die redelijk in paniek is. Hij maant ons tot spoed want het gaat niet goed mijn zijn vriendin. Op mijn vraag wat er aan de hand is kan hij alleen maar meedelen dat ze er slecht aan toe is. We denderen met spoedtas en monitor de trap op en zien de patiënt vanuit het trapgat bijna naakt op de badkamervloer liggen. Nou ja, je kan het slechter treffen op de vroege ochtend, denk ik bij mezelf. Even een snelle blik op de patiënt en de omgeving en mijn eerste conclusie is dat het allemaal wel meevalt. Ik kniel naast haar op de badkamervloer en kijk even goed naar haar mimiek en gesloten ogen. Ondanks dat ik haar aanspreek blijven de ogen netjes dicht. Ik verwacht eigenlijk niets anders. Ik wrijf even snel met mijn vingers over haar wimpers en zie gelijk de reactie van iemand die bewusteloosheid veinst. Ik geef mijn collega een seintje en zeg: “Maak maar even een volledig hartfilmpje en doe ook de rest van de controles zoals bloeddruk, pols en een suikergehalte maar even”. Ik heb het wel gezien en hij kan dit verder wel alleen afhandelen. Er is niet veel aan de hand met haar. Wij noemen dit soort gedrag een conversie oftewel een uiting van theatraal gedrag. Voor buitenstaanders ziet het er altijd heel indrukwekkend uit. De patiënt laat zich vallen, maar nooit op een manier dat hij of zij zich pijn doet en blijft vervolgens met gesloten ogen en niet aanspreekbaar op de grond liggen. Voor buitenstaanders ziet dit er uitermate beangstigend uit, die denken meestal dat iemands laatste uur heeft geslagen.

Ik kijk naar de zenuwachtig heen en weer lopende man en zeg tegen hem: “Loop je even mee naar beneden? Mijn collega handelt het verder af  met je vriendin boven”. Hij kijkt erg opgelucht en in rap tempo loopt hij voor mij uit. Ik kijk hem aan en zeg: “Wat is er nu eigenlijk aan de hand?”. Hij kijkt een beetje schuchter om zich heen en zegt zachtjes dat er wat spanningen zijn. Wat spanningen lijkt me zacht uitgedrukt. Ik kijk hem aan en zeg: “Kom op vertel eens wat meer, wat is er nu eigenlijk echt gaande”? Ik heb dan wel een 12 uurs dienst, maar heb geen zin om een halve dag te wachten op een antwoord. Hij kijkt me een beetje schaapachtig aan en begint schoorvoetend te vertellen: “Het is mijn schuld dat dit gebeurt is”. Het wordt me al wat duidelijker, ik wed dat hij wat geflikt heeft wat zij wat zij niet kan waarderen. “Ja weet je”, gaat hij verder. ” We zouden over een half jaar gaan trouwen”.  “Ja en?” vraag ik. “Nou ja om een lang verhaal kort te maken, ik ben vreemd gegaan” flapt hij eruit. Waarop ik hem vraag: “En dat moest je net vandaag vertellen, op eerste kerstdag?” Hij geeft toe dat hij dat eigenlijk niet vandaag had willen doen maar pas in het nieuwe jaar. Ja dat was mij inderdaad ook een stuk beter uitgekomen. Dan had ik nu op de bank gezeten met een bak koffie en een stuk kerststol.

Hij kijkt me verwachtingsvol aan en vraagt ineens of ik koffie wil. Ik zeg: “Graag, want het zal nog wel even duren,ben ik bang”. In de tijd dat hij koffie aan het zetten is doet hij een boekeje open over de verder details. Hij vraagt me:”Wat moet ik nu doen”? Ik zeg:”Wil je een lul verhaal horen of wil je gewoon een eerlijk antwoord?”. Hij kiest voor het tweede. “Ik denk dat je gewoon even iets moet regelen voor je vriendin, er is vast wel iemand die gebeld kan worden en haar kan opvangen”. Om op dit moment verdere escalatie te voorkomen adviseer ik hen om zijn spullen te pakken en hem te smeren naar zijn eigen woonplaats. Een adempauze lijkt me nu wel even gewenst. “Als ik het goed begrijp is dit iets wat niet meer goed komt”. Hij kijkt me aan en zegt: “Eigenlijk zeg jij hardop wat ik denk, en ik weet dat dit het verstandigste is om nu te doen”. Ik vraag hem wat hij voor de kost doet, hij vertelt me dat hij financieel manager is in een grote organisatie. “Oh, crimineel” dus pareer ik zijn antwoord. “Bijna” zegt hij, “Ik zit nog net aan de goede kant”. De koffie is op, zijn toekomstige ex-partner ligt in ieder geval lichamelijk volledig genezen op bed. Geestelijk zal het nog wel iets langer nodig hebben. In afwachting van de hulptroepen heeft hij nog even de tijd om zijn spullen bij elkaar te zoeken. Het is te hopen dat hij zal moven voordat zij beneden arriveert en het circus opnieuw zal beginnen.

1 COMMENT

  1. Hielke Bethlehem januari 13, 2015 at 12:00 am Reply

    Ha Ronald,

    Na het lezen van je boek “Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis” is deze blog een hele mooie aanvulling op je boek. Ik heb je blog met veel plezier gelezen en hoop nog vele leuke verhalen van je te mogen lezen.

    Ga zo door, want hier doe je vele een plezier mee, binnen de hulpverleningswereld en daar buiten.

    Groeten van een tevreden lezer.

Gratis mini E-boek:

SINISTERE EN DOODSE STILTE

Melding: Rangeerder bekneld tussen wagons.

Ik kom als eerste ambulance ter plaatse. De hele entourage ademt een sfeer uit dat het hier niet gaat om een standaard inzet. We verwachten eigenlijk een overleden patiënt aan te treffen. De impact die twee treinwagons hebben op een menselijk lichaam is bijna altijd dodelijk. Het meest bizarre is dat de man die met buik en bekken tussen de stootbuffers van de gekoppelde treinstellen geklemd zit, volledig aanspreekbaar is en bijna geen pijn heeft. Nu is de afwezigheid van pijn niet zo bijzonder omdat een groot inwerkend geweld vaak een pijnvrij interval geeft. Het meest bizarre is dat de man niet bewusteloos is en precies kan verwoorden wat er plaats gevonden heeft. Hij is bezig geweest met rangeerwerkzaamheden en is tussen de treinstellen door gelopen zoals hij continue doet. In een fractie van een seconde is hij door nog onbekende oorzaak vast komen te zitten tussen de stalen stootbuffers van de wagons.

We kunnen medisch-technisch niet veel voor deze patiënt betekenen. Er wordt een infuus ingebracht en we dienen een paar ampullen morfine toe, we geven zuurstof en controleren de bloeddruk. Ik begin een gesprek met de patiënt en vertel hem dat wij zijn leven niet meer kunnen redden. Het letsel bestaat uit een geheel samengeperste buikholte en een totaal verbrijzeld bekken. Niemand durft het aan om de treinstellen los te koppelen. De overlevingskans na bevrijding is nihil. Dit letsel is niet verenigbaar met het leven. Een traumateam is niet voorhanden en als het beschikbaar is zal de tijd ons parten gaan spelen en die tijd hebben we niet meer.

Ik denk dat de patiënt zich verzoend heeft met het feit dat hij dit ongeval niet zal overleven. Ik vraag hem of hij familie heeft en of hij die nog wil zien voor hij zal overlijden. Hij vertelt me dat hij een vrouw en twee jonge kinderen heeft. De kinderen zijn te jong voor de aanblik van dit macabere scenario en ik vraag aan de Rijkspolitie of ze zijn vrouw en broer thuis op willen gaan halen en ze zo snel mogelijk naar de plek van het ongeval willen brengen.

Tijdens de terugreis kunnen de agenten dan op voorhand de familie voorbereiden op de situatie en uitleg geven over het vermoedelijk fatale verloop. Ik weet niet hoe ze het voor elkaar krijgen maar in recordtijd komen er van twee kanten politieauto’s aanrijden met de echtgenote en broer van het slachtoffer. Het is onbeschrijfelijk wat er op zo’n moment door iedereen heen gaat. Machteloze hulpverleners, zwaar aangeslagen familieleden die geen idee hebben van het horror scenario waarin ze terecht komen en de patiënt die zijn geliefden vaarwel moet zeggen en weet dat het leven binnen enkele minuten afgelopen zal zijn.

Benieuwd naar de rest van het verhaal?

Druk op:   Ja, stuur mij de rest van het  verhaal toe

Als extra krijgt u tijdelijk een 2e verhaal

Vermeld svp even uw naam.

 

Veel leesplezier!

 

PS: Al je gegevens blijven vertrouwelijk. Afmelden kan eenvoudig en op ieder moment.