Monthly Archives:december 2015

Niet zo lekker op de trekker!

31 dec 15
R.A. de Jong
No Comments

Dit zijn meldingen waarvan je gelijk misselijk in je buik wordt. Wat is er leuker dan een vriendinnetje wiens pappa een tractor heeft. Zo ook dit meisje van rond de zeven jaar oud.

Eindelijk mag ze met het buurmeisje en haar pappa mee op de trekker. De tractor is een fors exemplaar en voorzien van afsluitbare cabinedeuren. Dat zou de veiligheid moeten waarborgen. Ze hebben waarschijnlijk pret voor tien. Wat er mis is gegaan, is nooit duidelijk geworden. De extra stoelen van de tractor bevinden zich aan weerszijden van de bestuurder. De deur is gesloten als ze gaan rijden. Een onverwachte beweging of een deur die misschien niet goed in de vergrendeling zit, wie zal het zeggen. De deur slaat open en het kleine meisje verliest haar evenwicht. Ze belandt tussen het linker voor- en achterwiel van de trekker.

Het is onduidelijk of ze overreden is door de tractor. Als we aankomen lijkt het mee te vallen, ze is aanspreekbaar en aan haar hoofdje is niets te zien. Wonder boven wonder heeft ze geen schedelletsel. Ze heeft heel veel pijn en is doodsbang voor alles wat komen gaat. De melding is als ernstig ingeschat en de traumaheli is ook onderweg. Gelukkig laat ze het prikken van een infuus toe. Bij jonge kinderen is dat negen van de tien keer een crime. Ik wil niet teveel tijd besteden aan het prikken. Sommige kinderen zijn extreem angstig voor prikken en naalden en een half uur op ze inpraten voordat je ze kan prikken is geen uitzondering. En dan maar hopen dat ze geen onverwachte bewegingen maken. Een tweede kans om te prikken geven ze je niet. Dit meisje werkt voortreffelijk mee en het infuus zit bij de eerste poging goed. Ze krijgt pijnstilling en we kunnen kijken waar het letsel uit bestaat.

De tractor bestuurder is de weg helemaal kwijt. Hij vertelt dat, toen de deur openklapte, hij vol op de rem heeft gestampt en gelijk stil stond. Door de tegenliggers heeft hij stapvoets gereden. De toedracht is me duidelijk. Ze ligt tussen het voor en achterwiel in. Dat ze overreden is lijkt me niet waarschijnlijk. Voor het voorwiel kan ze niet gevallen zijn de cabinedeur zit te ver naar achteren. Daarbij ligt ze voor het achterwiel. Via de porto hoor ik dat de heli bezig is met de touch down. Gelijk volgt er overleg met de heli-arts. In slaap brengen en beademen lijkt ons de meest voor de hand liggende behandeling. Als ze gecontroleerd beademd wordt, is ze in ieder geval verzekerd van een adequate ademhaling en kan braaksel geen gevaar meer opleveren voor de longen. Ze wordt snel en deskundig door het traumateam onder narcose gebracht en aan de beademing aangesloten. We kunnen haar nu rechtstandig tussen de wielen vandaan trekken en zien dat de linkerzijde van haar kleding stuk is.

Crushletsel flitst het door me heen. Inderdaad, bij het ontkleden is de gehele linkerzijde van boven tot onder diepblauw verkleurd. Ze moet een klap van het wiel gekregen hebben en is vermoedelijk een klein stukje opgeduwd door het grote tractorwiel. In onderling overleg besluiten we dat ze met de heli mee gaat. De aanrij route naar het dichtstbijzijnde traumacentrum is vanaf de locatie lastig en de heli gaat toch die kant uit omdat het traumacentrum hun uitvalsbasis is. Wonder boven wonder geneest het meisje volledig en mag ze na een week het ziekenhuis verlaten. Onvoorstelbaar maar ze heeft geen blijvend letsel overgehouden aan haar avontuur. Na een maand informeer ik naar haar toestand en de ouders vertellen me dat hun dochter over een tijd graag kennis wil maken met mij. Ik zeg dat het een kleine moeite is om daar gehoor aan te geven.

Groot is dan ook mijn verbazing als ik ruim vijf jaar na het ongeval een briefje in mijn postvak vind met het verzoek om de familie te bellen. Aan het kengetal kan ik zien om welke gemeente het gaat, maar ik kan er geen patiënt aan koppelen. Als ik bel blijkt het de moeder van die kleine meid te zijn. Haar dochtertje heeft het vaak over het ongeval gehad en wil me na jaren dolgraag ontmoeten.

In Amerika komen dit soort vragen en contacten frequent voor. Daar worden hulpverleners je beste vrienden, die de rest van je leven over de vloer komen en alle gelegenheden aangrijpen om mee te barbecueën. Hier is het afstandelijker en van Amerikaanse toestanden is geen sprake. Ik plan het bezoek op een dag dat ik solodienst heb. In overleg met de moeder spreek ik af dat ik tijdens de schoolpauze voor de deur zal staan. Aangekomen bij het schoolplein komen moeder en dochter naar buiten. Het meisje is inmiddels een jaar of twaalf.

Ze heeft een mooie tekening gemaakt en van haar eigen zakgeld een grote zak drop voor me gekocht. Ik vraag haar moeder of ze mee mag met de solo auto voor een ritje door de woonwijk. Moeder vindt het goed en dochterlief vindt het prachtig om met blauwe lichten en gillende sirene door de woonwijk te rijden. Jaren later is haar wens alsnog vervuld. Ik heb het niet eerder meegemaakt dat een kind vijf jaar later alsnog contact zoekt met een hulpverlener. Er heeft jaren tussen gezeten, maar ze is het niet vergeten. Dit soort ontmoetingen geven een goed gevoel en je weet weer waar je het allemaal voor doet.

Voor meer verhalen kijk op de site: http://ambulancehulpverlening.com/pagina-2/

 

Leg hem maar in de schuur!

16 dec 15
R.A. de Jong
6 comments

We zitten in de stromende regen als verzopen katten een behoorlijk lange tijd te reanimeren, twee ambulances en een ploeg van de vrijwillige brandweer zijn erbij aanwezig. Gezien het verloop van de reanimatie is er waarschijnlijk meer aan de hand dan primair ventrikelfibrilleren (chaotische hartactiviteit). Het besluit om de reanimatie te staken kan niet uitblijven. Ik vraag de rest van de ploeg om alle apparatuur en slangen af te koppelen en zeg dat ik de familie in ga lichten en een plek ga zoeken waar we de patiënt neer kunnen leggen.

Ik stiefel de van plavuizen voorziene bijkeuken in en loop richting huiskamer. Daar ligt een keurig en lichtgekleurd hoogpolig tapijt. Het zou niet bij me opkomen om met een paar bemodderde kisten door te banjeren naar de huiskamer. Ik ben amper de bijkeuken ingelopen, druipend van de regen, of de echtgenote vliegt als door een wesp gestoken naar me toe.”Hup, schoenen uit jij, ik ben nogal schoon op mijn spullen.” Ik denk eerst dat ik het niet helemaal goed verstaan heb en zeg: “…Pardon.” Ze komt vlak voor me staan en herhaalt haar eerste opmerking, ik denk nog even en ze vliegt uit haar zwarte kousen. Ik kijk haar aan en zeg: “Ik peins er niet over, ik kom hier om te vertellen dat uw man overleden is en u maakt zich druk om wat troep op een plavuizenvloer.”

Ze kijkt me met een vernietigende blik aan en neemt kennis van het overlijden van haar man. “Nou ja” zegt ze, “Ik had ook niet verwacht dat hij erdoor zou komen.” Ik besluit om niet in te gaan op haar botte commentaar, want ik voel op mijn kisten aan dat het een uitermate onplezierige tante is. Ik kijk rond in de keuken en vraag haar of ze beneden ergens een bed heeft staan. Ze kijkt me niet begrijpend aan en ik verduidelijk dat we haar man binnen willen neerleggen op een bed totdat de begrafenisondernemer arriveert. “Niks ervan, geen haar op mijn hoofd die eraan denkt” zegt ze. Even denk ik dat ze het over iets anders heeft en ik zeg: “Hoezo niks ervan?” “Hij komt hier niet binnen” zegt ze, “Leg hem maar in de schuur daar zat hij toch altijd het liefst.”

Nou, als ik haar zo bekijk kan ik hem geen ongelijk geven. Ondertussen begin ik me aardig te irriteren aan die arrogante tante en zeg resoluut:” Nou moet u eens goed naar me luisteren, we komen hier voor de reanimatie van uw man en we worden afgebluft en behandeld als een paar schooljongens. Uw man is overleden en hij wordt hierbinnen neergelegd, of u het er nu mee eens bent of niet. Hij heeft toch wel enig recht op respect en waardigheid lijkt me.” Zo, dat is eruit, het zal me niks verbazen als ze al bezig is om een klacht te formuleren, terwijl we hier nog bezig zijn. Misschien heeft ze de brief al gepost voordat we manlief goed en wel op het logeerbed hebben liggen. Nou ja dat moet dan maar, misschien krijgt ze nu wat tegengas in al die jaren, want ze knikt en beent weg. Een koppel brandweermensen komt binnen met de patiënt op de schepbrancard, alle drie dik onder de modder en druipend van de regen. Ik kan me nog net inhouden om hierover een opmerking te maken terwijl ze naar binnen stommelen.

Moeders is inmiddels opnieuw gearriveerd, en vraagt aan mij: “Wat nu verder?” Ik zeg: “Ik zou de begrafenisondernemer kunnen bellen en vragen of hij de afhandeling wil regelen, dan gebeurt het opbaren in het mortuarium en daarna kan uw man thuis opgebaard worden of in het mortuarium al naar gelang wat hij wil of jullie onderling afgesproken hebben.” Ze vraagt of thuis opbaren goedkoper is en ik vertel haar dat ik dat niet weet maar dat ze dat kan overleggen met de uitvaartleider als hij er is.

Terwijl ik met haar in gesprek ben bemoeit een gearriveerde buurman zich er voor het gemak maar even mee en begint uit te leggen hoe een en ander in zijn werk gaat. Ik geef aan dat, als hij het allemaal zo goed weet, hij misschien beter mijn gesprek af kan maken en verder alles gaat regelen wat nodig is. Nu komt de wind onverwachts uit een andere hoek waaien: is die vrouw eindelijk te benaderen, begint die buurman weer. “Mijn vrouw is pas overleden dus ik weet precies hoe het werkt” zegt hij. In gedachten vraag ik me af: “Zou zij ook een moestuin gehad hebben?” Het is in ieder geval een leuk stel voor de toekomst. Hij die alles weet en zij die alles schoon houdt.

Mensen reageren heel verschillend bij het overlijden van een partner, soms zijn het onvoorspelbare emoties en soms is er duidelijke opluchting als er één het loodje legt. Hulpverleners die daar bij betrokken zijn, staan soms raar te kijken van de reacties die ze ongevraagd van nabestaanden te horen krijgen.

Ik hoor een echtgenoot vlak na het overlijden van zijn vrouw letterlijk tegen ons zeggen: “Neem haar maar gelijk mee dan kunnen ze haar zo snel mogelijk verbranden.” Eerst denk ik dat ik het verkeerd verstaan heb. Mijn collega kijkt me aan en ik ontwijk zijn blik. Ik doe alsof ik zijn opmerking niet gehoord heb en zeg: “Misschien kunt u wat kleding klaarleggen voor als de begrafenisondernemer straks komt.” Waarop hij zegt: “hoezo, ze kan toch gewoon aanhouden wat ze nu aanheeft?” “Meneer de kleding die ze aanheeft hebben we helemaal kapot geknipt” zegt mijn collega. “Ja, so what?” zegt hij. “De kist gaat gelijk dicht en over een paar dagen gaat de brand erin, niemand die het weet. Ze is dood nu en het is voor mij over en uit.” Mijn collega en ik staan perplex.

We moeten altijd netjes zijn, begrijpend, empatisch etc., maar wij zijn ook gewone jongens die zo goed mogelijk ons werk doen maar zeker niet gevoelloos zijn en soms dwalen onze gedachten en opmerkingen wel eens een wat minder professionele kant op. Twistende of opstandige echtgenoten komen we tegen, maar ook meewerkende partners die een onderlinge band hebben die ons begrip te boven gaat.

Meer lezen? http://www.boekenbestellen.nl/boek/maar-ik-heb-helemaal-geen-centjes-voor-de-begrafenis/9789081840002

Moet je een paar beuken?

07 dec 15
R.A. de Jong
No Comments

De informatie van de meldkamer is summier en men weet niet goed wat ze met deze melding aan moeten. We moeten ter plaatse maar bekijken wat er precies loos is. Hij staat aan de kant van de weg op ons te wachten in campingkostuum en sportschoenen. Ik schat hem rond de vijfenvijftig jaar met een slank postuur, niet direct een type wat ontzag inboezemt, maar ik vergis me. Ik stap uit en hij zegt: “Je komt voor mij.” Ik zeg: “Oh, ik dacht dat ik in een woning moest zijn.” “Vertel me eens wat er aan de hand is” zeg ik, “De melding is nogal onduidelijk geweest.” Hij zegt: “Van alles en nog wat.” Lekker vaag antwoord.

Ik zeg: “Zo werkt het normaal niet, je belt een ambulance, ik heb geen idee wat er aan de hand is en je vertelt me niks.” “Klopt” zegt hij, “En jij gaat me nu wegbrengen.” “Ho, ho” zeg ik, “Daar hebben we het straks wel over.” Hij kijkt me indringend aan en zegt: “Luister pik, ik ben professioneel kickbokser en ik ga mee, zo niet dan kets ik jullie allebei tegen de vlakte. Wedden dat ik dan kom waar ik wezen wil.” Ik hou best van een geintje en heb een redelijk goed overwicht, maar het moet natuurlijk wel leuk blijven allemaal.

Meteen bedreigen zonder directe aanleiding zorgt ervoor dat ik behoedzaam te werk ga. Ik zeg: “Gewoon normaal met me praten geeft een prettiger sfeer.” Hij geeft me een hand en zegt: “Sorry, breng me aub naar de spoedeisende hulp, dan vertel ik je onderweg wel wat de reden is. Ik zal me fatsoenlijk gedragen, akkoord?” Om de zaak niet te laten escaleren stem ik hiermee in, ik heb het vermoeden dat het verhaal niet binnen vijf minuten verteld is. Hij stapt in en ik laat hem op de verplegersstoel plaats nemen. Gelijk begint hij te vertellen over zijn privésituatie. Hij is van jongs af aan werkzaam als kleine zelfstandige en maakt meer dan de gebruikelijke veertig uur per week. De laatste tijd klaagt hij over extreme vermoeidheid en dit is zo erg geworden dat hij na een paar uur werken moet stoppen. Zijn bedrijf komt hierdoor in grote problemen en opdrachten krijgt hij steeds minder, omdat hij zich niet aan de afgesproken tijden kan houden om een klus te klaren. Hij maakt nu een normale en reële indruk en ik heb zeker niet het gevoel dat hij een psychiatrisch patiënt is.

Hij is rustig en eigenlijk aan het eind van zijn Latijn. Hij heeft na zijn scheiding zijn dochter alleen en zonder enige hulp opgevoed, wat op zich een hele prestatie is. Zijn dochter is inmiddels volwassen en de deur uit en dat geeft hem de ruimte om zijn bedrijf verder uit te bouwen. Zijn broer heeft jarenlang gesukkeld met zijn gezondheid en na eindeloos vijven en zessen zijn ze erachter gekomen dat hij leukemie heeft. Jarenlang is het afgedaan als aanstellerij en hystiform gedrag, tot ze erachter kwamen dat ze het één en ander gemist hadden in de diagnosestelling. Nu kampt hij met nagenoeg hetzelfde probleem en is bang dat hij mogelijk dezelfde ziekte onder zijn leden heeft. Hij zegt: “Ik ben een paar keer vluchtig nagekeken en ze hebben niks gevonden, ik moest maar eens met een maatschappelijk werker gaan praten. Heb ik ook gedaan, want je wilt toch weten wat die extreme moeheid veroorzaakt. Het gaat van kwaad tot erger, er zijn dagen bij dat er helemaal niets uit mijn handen komt, toen kwamen ze met de diagnose burnout – overspannen, nou ja vul zelf maar in.

Alleen is het probleem dat ik wel wil, maar niet kan. Een second opinion vinden ze niet nodig en ik word van het kastje naar de muur gestuurd.” “Mijn hele leven heb ik voor allerlei polissen betaald, heb me mijn hele leven uit de naad gewerkt, mijn dochter opgevoed en haar alles gegeven wat ze nodig had, nu gaat het slecht met me en ze laten je gewoon kapot vallen.” Ja joh denk ik, dat klinkt me bekend in de oren. Ik kende ook iemand in zo’n situatie. Jarenlang rugpijnklachten die steeds erger worden en dan te horen krijgen dat het tussen je oren zit omdat ze niks kunnen vinden. Ben je dan eindelijk verlost van je pijn, zegt de patholoog anatoom na je sectie: “Ja, er zat inderdaad een forse tumor in het ruggenmerg.” Fijn voor hem om op te schrijven, voor de patiënt een te late diagnose.

Een ieder van ons kent dit soort verhalen, ik kan met dit verhaal in mijn achterhoofd meer dan genoeg begrip opbrengen voor Henk´s wanhoop en angsten. Het zal hem niks verbazen als hij vandaag of morgen te horen krijgt dat hij eveneens leukemie heeft, de klachten lijken precies op die van zijn broer, dus waarom kijken ze er niet serieus naar? De ene specialist is vaak bevooroordeeld door het verhaal van de eerste arts en zo blijven we maar ronddraaien in hetzelfde kringetje. Ik heb hem voorgesteld om zelf stappen te ondernemen voor een second opinion bij een andere specialist in een ander ziekenhuis waar ze objectief en zonder vooroordeel zijn situatie kunnen beoordelen. Ik krijg steeds meer het idee dat hij echt iets mankeert, hij lijkt me niet het type dat klaagt als er niets aan de hand is. Hij is duidelijk het type man van niet lullen maar poetsen. Over het verloop heb ik niets meer gehoord, maar ik hoop, dat hij mijn raad heeft opgevolgd en een onpartijdige arts heeft opgezocht die hem nogmaals wil screenen.

Meer verhalen lezen? http://www.boekenbestellen.nl/boek/maar-ik-heb-helemaal-geen-centjes-voor-de-begrafenis/9789081840002