Monthly Archives:februari 2016

ROT OP ALS JE LEVEN JE LIEF IS!

23 feb 16
R.A. de Jong
No Comments

Patiënten met schedelletsel kunnen onrustig of agressief zijn. Een enkele keer zijn ze niet te benaderen en te behandelen. Het letsel kan zo heftig zijn dat het zelfs leidt tot een gevaarlijke setting voor hulpverleners die hulp komen bieden.

Een redelijk gezette schilder valt van een bouwsteiger. Hij weegt zonder overdrijven rond de honderdzestig kilo. Hij is aan de achterzijde van een vrijstaand huis bezig met schilder werkzaamheden. Om onbekende reden (misschien zijn overgewicht) is de complete steiger waar hij op staat te werken omgekukeld en vervolgens boven op hem terecht gekomen. We komen gelijktijdig met de politie aan en worden opgewacht door een familielid van de patiënt. De neef geeft ons een korte toedracht van het ongeval. In colonne lopen we naar de achtertuin en het eerste wat we zien is een bewegende steiger. We kijken naar dit bijzondere fenomeen en zien dat er iemand onder de metalen constructie vastzit. Volledig onder het bloed sleept de patiënt de loodzware steiger op zijn rug mee door de tuin. Het is een beer van een vent en ik ga er vanuit dat hij gewoon te benaderen is. Hij zeult met de stellage rond en is bij bewustzijn, dus misschien valt het allemaal mee. Een tweede nauwkeuriger blik levert een minder rooskleurig beeld op, hij is dan wel bij bewustzijn maar niet bij zinnen. Dit kan een probleem gaan worden.

Ik probeer hem aan te spreken en als een getergd dier kijkt hij me aan. “Rot op, ik vermoord je als ik je in mijn klauwen krijg” gromt hij. Foute boel, fors schedelletsel en hierdoor volledig onberekenbaar. Als we een stap in zijn richting proberen te zetten onderneemt hij pogingen om de dichtstbijzijnde persoon bij zijn kladden te grijpen. Als hem dat lukt gaat iemand van ons het afleggen. De agenten kijken me met vragende ogen besluiteloos aan en wachten op instructies. Zeg maar hoe je het wilt broeder. Ja, wat wil ik? Even alles op een rij zetten, want zo’n agressie heeft niemand ingecalculeerd. De hoofdzaak is dat hij rustiger wordt, maar dat kan alleen gebeuren als ik in zijn buurt kan komen en deze mogelijkheid kan ik uitsluiten. Ik stort al jaren in een pensioenfonds en het is zonde als deze inzet zou leiden tot een pensioenbreuk. Actief ertussen springen is op alle fronten af te raden. Ik word er niets wijzer van en de patiënt is er niet bij gebaat. Ik schat mijn kansen in. Onverwachts overmeesteren met behulp van politie is geen reële mogelijkheid. Hij heeft ernstig schedelletsel en zeker wervelletsel op meerdere plekken. Het optreden met harde hand zal leiden tot een verergering van de letsels en verslechtering van zijn toestand, mogelijk de dood tot gevolg hebbend. Dat risico mogen we niet nemen en we moeten snel een alternatief verzinnen.

De situatie is zorgelijk en uitermate ernstig. Ik gebaar de agenten om terug te trekken en binnen gehoorafstand te blijven. Nog eenmaal onderneem ik een poging tot contact maar ook dit moet ik beëindigen als hij en de steiger als een speer mijn richting uit komen. Volgens zijn neef is hij normaal een joviale vent, makkelijk in de omgang en altijd in voor een geintje. Daar is nu weinig van te merken, of ik heb de verkeerde soort humor. We trekken ons terug en de rust keert weer als we afstand creëren. Ik besluit dat hij in ieder geval medicatie moet krijgen om rustiger te worden zodat we over kunnen gaan tot behandeling en vervoer. Ik zoek contact met een bevriend dierenarts om één en ander te overleggen en te kijken welke mogelijkheden er zijn. Lettend op het gevaar moeten we de zaak niet provoceren en als we hem via een afstand kunnen sederen (kalmeren) heeft iedereen de beste kansen. Ik confronteer de dierenarts met mijn probleem. In eerste instantie denkt hij dat ik hem een geintje wil flikken, maar al naar gelang het gesprek vordert merkt hij dat het menens is. Hij vertelt me hoe een en ander in zijn werk gaat (Ik heb geen idee hoe en met wat voor medicatie hij gewend is te werken). Hij heeft inderdaad de beschikking over een verdovingsgeweer maar de medicatie is een probleem.

Technisch gezien zou het een fluitje van een cent zijn: aanleggen, mikken, pijltje in de kont en hij doet geen vlieg meer kwaad. Het grootste probleem is het verschil tussen medische en veterinaire medicatie. Het verdovingsgeweer kan maximaal 1ml bevatten en zijn dosering is 500x sterker dan de onze. Wij willen een dosis van 100-150 mg via de bilspier toedienen om hem rustig te krijgen. Onze dosering krijgen we nooit in de ampul van 1 cc. Een bijkomende complicatie is dat Ketamine primair een contra indicatie is bij een schedeltrauma. Het hele plan valt hiermee in duigen. De patiënt ligt ons van onder de steiger aan te staren en houdt nauwlettend in de gaten of er niemand zijn territorium binnen komt. Het crashteam alarmeren? Vier weten meer dan twee. Oké, we kunnen niet wachten tot hij ter plaatse geneest van zijn letsel en de klok tikt door. Voordat het traumateam er is, zijn we dik een half uur verder. De patiënt blijft stabiel en behalve naar ons loeren onderneemt hij geen actie en tot meewerken is hij niet te motiveren. Na ruim drie kwartier arriveert het crashteam per auto. In onderling overleg wordt er gekozen voor een afleidingsmanoeuvre, niet zonder risico, maar inmiddels zijn we meer dan anderhalf uur ter plaatse. Als we niet opschieten, gaat hij dood zonder enige vorm van hulp. We kiezen ondanks de contra-indicatie voor 600 mg Ketamine, een zogenaamde narcotische dosis. In de medicijnvoorraad van het traumateam is het dusdanig geconcentreerd dat we alles in een 10 cc spuit kunnen krijgen. Ik benader de patiënt aan de voorkant en praat op hem in. De chirurg van het traumateam maakt een omtrekkende beweging en besluipt hem van de achterzijde. Langzaam krijgen we hem zo gedraaid dat hij klem komt te zitten in de op zijn rug hangende steiger en ziet de chirurg zijn kans schoon om vliegensvlug de spuit in zijn achterste leeg te drukken. De injectieplaats is niet nauwkeurig bepaald. Het feit dat het aan boord komt weegt zwaarder dan de hygiëne eisen en insteek plaatsen die in de boeken voorgeschreven zijn. Mocht er een bloedvat geraakt worden tijdens het injecteren dan is dat alleen maar een voordeel. Via het bloed wordt het immers sneller opgenomen dan via de spieren. Voordat de spuit geheel leeg gedrukt is, wurmt de patiënt zich in een houding dat hij meer armslag krijgt en kantje boord ontspringt de chirurg de gevaren zone.

Nu is het afwachten en kijken hoelang het duurt voordat de onvrijwillig toegediende medicatie zijn werk doet. Na een kleine tien minuten wordt hij suffer en is hij niet meer in staat om bewust van zich af te meppen. Eindelijk kunnen we hem adequaat behandelen. Zijn forse postuur is niet geschikt voor de wervelplank met fixatiebanden. Hij is te geproportioneerd om volgens de richtlijnen gefixeerd te worden. We besluiten om hem op zijn buik te vervoeren. Dit is de houding die hij zelf gekozen heeft nadat de medicatie ingewerkt is. Vooroverliggend op de brancard en lekkend van het bloed presenteren we hem op de spoedeisende hulp. De overdracht wordt mondeling gegeven, voor schriftelijke verslaglegging hebben we geen tijd vrij kunnen maken. Hij gaat direct naar de CT-scan en het letsel wat te voorschijn komt overtreft onze verwachtingen ruimschoots. De nek is op drie verschillende plaatsen gebroken (goed dat we niet gekozen hebben voor overmeesteren), twee kapotte borstwervels en in het hoofd worden diverse bloedingen gezien. Eén long is geperforeerd en er zit lucht en bloed in de borstholte. Meerdere ribfracturen zijn het minst ‘ernstige’ letsel. Hij heeft maanden gerevalideerd en is nagenoeg restloos ontslagen. Of hij weer als schilder werkt is niet bekend, misschien controleert hij nu bouwsteigers op stevigheid. Deze patiënt is niet coöperatief te noemen, anderen zijn juist te meewerkend en door hun nonchalante houding kun je qua letsel op het verkeerde been gezet worden.

Meer lezen? http://www.boekenbestellen.nl/boek/maar-ik-heb-helemaal-geen-centjes-voor-de-begrafenis/9789081840002