Author Archives: R.A. de Jong

Moet je een paar beuken?

07 dec 15
R.A. de Jong
No Comments

De informatie van de meldkamer is summier en men weet niet goed wat ze met deze melding aan moeten. We moeten ter plaatse maar bekijken wat er precies loos is. Hij staat aan de kant van de weg op ons te wachten in campingkostuum en sportschoenen. Ik schat hem rond de vijfenvijftig jaar met een slank postuur, niet direct een type wat ontzag inboezemt, maar ik vergis me. Ik stap uit en hij zegt: “Je komt voor mij.” Ik zeg: “Oh, ik dacht dat ik in een woning moest zijn.” “Vertel me eens wat er aan de hand is” zeg ik, “De melding is nogal onduidelijk geweest.” Hij zegt: “Van alles en nog wat.” Lekker vaag antwoord.

Ik zeg: “Zo werkt het normaal niet, je belt een ambulance, ik heb geen idee wat er aan de hand is en je vertelt me niks.” “Klopt” zegt hij, “En jij gaat me nu wegbrengen.” “Ho, ho” zeg ik, “Daar hebben we het straks wel over.” Hij kijkt me indringend aan en zegt: “Luister pik, ik ben professioneel kickbokser en ik ga mee, zo niet dan kets ik jullie allebei tegen de vlakte. Wedden dat ik dan kom waar ik wezen wil.” Ik hou best van een geintje en heb een redelijk goed overwicht, maar het moet natuurlijk wel leuk blijven allemaal.

Meteen bedreigen zonder directe aanleiding zorgt ervoor dat ik behoedzaam te werk ga. Ik zeg: “Gewoon normaal met me praten geeft een prettiger sfeer.” Hij geeft me een hand en zegt: “Sorry, breng me aub naar de spoedeisende hulp, dan vertel ik je onderweg wel wat de reden is. Ik zal me fatsoenlijk gedragen, akkoord?” Om de zaak niet te laten escaleren stem ik hiermee in, ik heb het vermoeden dat het verhaal niet binnen vijf minuten verteld is. Hij stapt in en ik laat hem op de verplegersstoel plaats nemen. Gelijk begint hij te vertellen over zijn privésituatie. Hij is van jongs af aan werkzaam als kleine zelfstandige en maakt meer dan de gebruikelijke veertig uur per week. De laatste tijd klaagt hij over extreme vermoeidheid en dit is zo erg geworden dat hij na een paar uur werken moet stoppen. Zijn bedrijf komt hierdoor in grote problemen en opdrachten krijgt hij steeds minder, omdat hij zich niet aan de afgesproken tijden kan houden om een klus te klaren. Hij maakt nu een normale en reële indruk en ik heb zeker niet het gevoel dat hij een psychiatrisch patiënt is.

Hij is rustig en eigenlijk aan het eind van zijn Latijn. Hij heeft na zijn scheiding zijn dochter alleen en zonder enige hulp opgevoed, wat op zich een hele prestatie is. Zijn dochter is inmiddels volwassen en de deur uit en dat geeft hem de ruimte om zijn bedrijf verder uit te bouwen. Zijn broer heeft jarenlang gesukkeld met zijn gezondheid en na eindeloos vijven en zessen zijn ze erachter gekomen dat hij leukemie heeft. Jarenlang is het afgedaan als aanstellerij en hystiform gedrag, tot ze erachter kwamen dat ze het één en ander gemist hadden in de diagnosestelling. Nu kampt hij met nagenoeg hetzelfde probleem en is bang dat hij mogelijk dezelfde ziekte onder zijn leden heeft. Hij zegt: “Ik ben een paar keer vluchtig nagekeken en ze hebben niks gevonden, ik moest maar eens met een maatschappelijk werker gaan praten. Heb ik ook gedaan, want je wilt toch weten wat die extreme moeheid veroorzaakt. Het gaat van kwaad tot erger, er zijn dagen bij dat er helemaal niets uit mijn handen komt, toen kwamen ze met de diagnose burnout – overspannen, nou ja vul zelf maar in.

Alleen is het probleem dat ik wel wil, maar niet kan. Een second opinion vinden ze niet nodig en ik word van het kastje naar de muur gestuurd.” “Mijn hele leven heb ik voor allerlei polissen betaald, heb me mijn hele leven uit de naad gewerkt, mijn dochter opgevoed en haar alles gegeven wat ze nodig had, nu gaat het slecht met me en ze laten je gewoon kapot vallen.” Ja joh denk ik, dat klinkt me bekend in de oren. Ik kende ook iemand in zo’n situatie. Jarenlang rugpijnklachten die steeds erger worden en dan te horen krijgen dat het tussen je oren zit omdat ze niks kunnen vinden. Ben je dan eindelijk verlost van je pijn, zegt de patholoog anatoom na je sectie: “Ja, er zat inderdaad een forse tumor in het ruggenmerg.” Fijn voor hem om op te schrijven, voor de patiënt een te late diagnose.

Een ieder van ons kent dit soort verhalen, ik kan met dit verhaal in mijn achterhoofd meer dan genoeg begrip opbrengen voor Henk´s wanhoop en angsten. Het zal hem niks verbazen als hij vandaag of morgen te horen krijgt dat hij eveneens leukemie heeft, de klachten lijken precies op die van zijn broer, dus waarom kijken ze er niet serieus naar? De ene specialist is vaak bevooroordeeld door het verhaal van de eerste arts en zo blijven we maar ronddraaien in hetzelfde kringetje. Ik heb hem voorgesteld om zelf stappen te ondernemen voor een second opinion bij een andere specialist in een ander ziekenhuis waar ze objectief en zonder vooroordeel zijn situatie kunnen beoordelen. Ik krijg steeds meer het idee dat hij echt iets mankeert, hij lijkt me niet het type dat klaagt als er niets aan de hand is. Hij is duidelijk het type man van niet lullen maar poetsen. Over het verloop heb ik niets meer gehoord, maar ik hoop, dat hij mijn raad heeft opgevolgd en een onpartijdige arts heeft opgezocht die hem nogmaals wil screenen.

Meer verhalen lezen? http://www.boekenbestellen.nl/boek/maar-ik-heb-helemaal-geen-centjes-voor-de-begrafenis/9789081840002

Hoe onwel kan je zijn?

10 nov 15
R.A. de Jong
No Comments

Vaak heb je geen aanvullende gegevens bij een melding en de meldkamer was vroeger nog niet zo professioneel dat er telefonisch instructie werd gegeven aan omstander of melder. De betreffende patiënt bevindt zich in een stacaravan en ligt languit in de smalle doorgang. Er is een zus van de patiënt aanwezig die geen aanstalten maakt om enige actie te ondernemen. Niemand is gestart met reanimeren. Het enige wat ik haar constant hoor zeggen is: “Kom maar terug Hans. Ik ben niet boos op je, kom gewoon weer aan tafel zitten. Dit is toch geen oplossing! Kom terug dan praten we er over.” Ik ben na al die jaren het nodige gewend maar deze situatie geeft me toch een beetje een unheimisch gevoel. Er hangt een ondefinieerbare occulte sfeer in de caravan die me totaal niet aanstaat. Ik vind het prima als iemand dood is maar dan moet hij ook dood blijven, of gecontroleerd met behulp van reanimatie terugkomen. Ik merk dat dit geen standaard inzet gaat worden. Met enig duw- en trekwerk krijgen we de Nederlandse Char uit onze nabijheid en kunnen we met de reanimatie beginnen. Inmiddels is de 2e auto gearriveerd en gezamenlijk zijn we ruim drie kwartier aan het reanimeren De prognose is zonder meer slecht te noemen we krijgen geen enkel ritme op de hartmonitor te zien. De enige activiteit die we zien is afkomstig van onze hartmassages en ook op toegediende medicatie volgt geen enkele reactie. De verpleger van de 2e auto is een ervaren collega en in onderling overleg besluiten we dat verder reanimeren geen zin meer heeft. We gaan binnen een paar minuten de reanimatie beëindigen. Einde oefening zou je denken maar de ellende begint nu pas goed. Ik spreek af dat ik de familie in ga lichten omdat ik als eerste ambulance gearriveerd ben en daardoor automatisch de leiding heb. Mijn collega gaat de patiënt ontkoppelen van de beademingsapparatuur, infusen en overige attributen.

Ik loop naar de naastgelegen caravan waar Char me op staat te wachten en verwijtend aankijkt. Ik deel haar mee dat haar broer ondanks uitvoerige reanimatie overleden is hetgeen ze natuurlijk ontkent. Op zich klinkt dat bekend. De eerste reactie in dit soort situaties is over het algemeen ontkennen en het is een logische en menselijke reactie. Het is meer de intonatie in haar stem die me niet lekker zit. Ik besluit haar met rust te laten en loop naar de twee jonge kinderen die na een recente scheiding dit weekend net bij hun vader doorbrengen. De kinderen hebben een zware periode achter de rug en nu als klap op de vuurpijl de mededeling dat hun vader overleden is. In ons vak weet iedereen dat dit soort gesprekken een forse impact hebben op nabestaanden, maar als de toehoorders jochies van een jaar of dertien zijn, wordt het uitermate onaangenaam. Char zit op de achtergrond maar te koeren dat Hans rustig terug kan komen en dat ze zijn aanwezigheid voelt in de kamer, dat ze niet zo rot had mogen doen en haar opmerkingen niet persoonlijk bedoeld zijn. Geen idee wat er omgaat in dat hoofd van haar. Ik heb mijn zegje gedaan en besluit het qua mededelingen voor gezien te houden. Ik moet teruggaan naar mijn collega die inmiddels wel klaar zal zijn met het verwijderen van slangen en draden. Waarschijnlijk hebben ze de patiënt al op een bed neergelegd. Ik zie de lijkwagen het terrein op rijden.

Ik loop de caravan binnen en zie mijn collega op een vreemde manier naar me kijken. “We hebben een probleem!” “Hoe bedoel je, een probleem” vraag ik, totaal niet wetend waar hij op doelt. “Kijk eens langs me heen in de kamer dan wordt het je snel duidelijk.” Ik schrik niet gauw maar opeens zit het hart in mijn keel, hij ligt daar nog steeds zoals ik hem achtergelaten heb maar met opensperde ogen en zijn borstkas gaat regelmatig op en neer, het gaspen is veranderd in een regelmatige adequate ademhaling. Hij beweegt zijn beide armen en ik denk: “Shit nog even en hij geeft ons een hand.” Ik kijk mijn collega aan en vraag: “Ja en nu?” ” Zeg jij het maar, jij hebt de leiding,” is het antwoord. Ondertussen staat de uitvaartleider in mijn rug te porren en ik doe een stap opzij en wijs naar de patiënt. Hij kijkt en ik zie zijn ogen groot worden. Ik heb inmiddels mijn humor weer terug en fluister tegen hem: ” Jij neemt hem zo niet mee zeker of wel?” Hij schudt zijn hoofd en zegt: “Moet ik blijven wachten?” waarop ik zeg dat hij kan gaan. Als het alsnog nodig is weet ik zijn nummer en bel ik gewoon een 2e keer. Ik weet zeker dat hij nooit eerder bij een overledene geweest is die na zijn aankomst aanstalten maakt om zelf in te stappen.

Het opnieuw inbrengen van beademingsapparatuur is geen optie. Alle vitale functies werken weer, hij gaat nog net niet staan maar ook dat zou me niet meer verbazen. We besluiten hem naar de spoedeisende hulp te brengen en dan moeten ze daar maar kijken wat ze met hem aan willen. Er is hartritme en ademhaling maar hij moet volledig hersendood zijn. Dat kan gewoon niet anders. De 2e auto regelt het vervoer naar de spoedeisende hulp en ik kan opnieuw met de familie in gesprek met een ongeloofwaardig verhaal. Ik zie de spottende blikken van Char al voor me. Maar hoe vervelend het ook is, ik moet ze gaan informeren over de verandering in de situatie. Zuslief staat me met haar sardonische grijns in de deuropening op te wachten. Heeft haar broer haar op voorhand telepathisch ingelicht of zo? Heeft ze een directe lijn met gene zijde? Wat gebeurt hier in vredesnaam? Ik ga tegenover de twee jochies zitten en vertel in begrijpelijke woorden dat hun pappa toch naar het ziekenhuis gaat, dat hij ademt en zijn hart weer klopt, maar dat hij nooit meer wakker zal worden. Na wat ik zojuist gezien heb, zou het me niet verbazen als hij na mijn terugkomst aan de tafel zit met een bak koffie. Ik zie de tweestrijd bij de twee jochies en ik weet niet of het volledig tot ze doordringt wat ik vertel. Char vraagt me hatelijk of dit vaker gebeurt bij patiënten die ik reanimeer. Heel professioneel vertel ik dat dit soms gebeurt na een reanimatie. Toegediende medicijnen hebben een specifieke uitwerking tijdens een reanimatie en soms treedt er een verlate reactie op. Deze reactie kan bestaan uit een terugkerend hartritme en ademhaling. Leuk verhaal en het klinkt goed. Zou ik het zelf geloven als ze mij dat vertellen in zo’n situatie? Ik zou mijn twijfels er over hebben en waarom zou dat bij hen anders zijn?

Hans is inmiddels afgevoerd naar het ziekenhuis en de cardioloog heeft verteld dat het dotteren van een hersendode geen oplossing is en niet onder zijn competentie valt. Ze besluiten dat hij opnieuw voorzien moet worden van infusen etc. en daarna doorgaat naar de Intensive Care. Op de IC ligt hij een kleine week aan de bewakingsapparatuur en wordt daarvandaan naar de High Care van de neurologische afdeling overgebracht. Op de afdeling neurologie heeft de familie in de hoek van de kamer een plek ingericht met een soort voodoo pop, ik heb het zelf niet gezien maar het personeel van de afdeling vertelde me dat onder vier ogen. Ze hebben een vreemd gevoel bij deze patiënt, gelukkig zijn ze niet de enigen die er last van hebben. Het hele gebeuren laat me niet los ik blijf er een raar gevoel bij houden. Na een verblijf van zeven dagen op de neurologische afdeling overlijdt hij plotseling. Ik hoor het via een collega en neem gelijk contact op met de medewerker van het mortuarium. Ik vraag of Hans inderdaad bij hem in de koeling ligt.

Hij bevestigt dit en vraagt sinds wanneer ik interesse heb voor de doden. Ik heb niet zo’n zin in een uitgebreide conversatie en hoor mezelf zeggen: “Doe me een plezier en kijk hoe hij erbij ligt.” Zijn spontane en begrijpelijke reactie is: “Zeg spoor jij wel helemaal, hoezo kijken? Hij ligt nog net zo als ik hem neergelegd heb of denk je dat ik hier beneden af en toe een stukje met ze ga wandelen?” “Nee man, kijk nou even, het heeft te maken met mijn eigen gemoedsrust en ik zal je volgende week het hoe en waarom wel uitleggen” zeg ik tegen hem. Met tegenzin gaat hij akkoord en ik hoor hem mopperend weglopen. Iets in mijn stem zegt hem dat ik dit keer niet loop te dollen en honderd procent serieus ben. Ik hoor de deur van de koeling open gaan en daarna het bekende geluid van rammelde wielen van een transportbak die over metalen rails getrokken wordt. Na een paar minuten is hij terug met de mededeling: “Nou gelukkig voor je, hij ligt er nog en zo te zien heeft hij geen aanstalten gemaakt om eruit te kruipen.” Ik bedank hem voor zijn medewerking en vraag of hij een seintje wil geven als Hans definitief vertrekt uit het mortuarium. De volgende dag belt hij dat ze Hans komen halen en af zullen voeren naar een aula in zijn woonplaats. Nu ik zekerheid heb kan ik het hele gebeuren loslaten. Ik heb het er nog wel eens over gehad met mijn collega die erbij betrokken was. Was hij een beginneling geweest dan had ik ernstig getwijfeld aan mijn primaire diagnose en eigen interpretatie. We hebben er nooit meer iets van gehoord. Hij is niet komen spoken bij volgende reanimaties en komt me ook niet opzoeken in mijn privé leven, wat een rustgevend gevoel is. Char heeft het zo gelaten maar ik denk dat zij in haar dagelijks lijntje met Hans zit te gniffelen om onze verbijsterde reacties. Zo blijkt dat niet alles is wat het lijkt, van het ene op het andere moment kan je in de meest bizarre situaties terecht komen.

Meer praktijkverhalen? Lees ze in mijn boek: http://www.boekenbestellen.nl/boek/maar-ik-heb-helemaal-geen-centjes-voor-de-begrafenis/9789081840002

Geheime verrassing

26 okt 15
R.A. de Jong
one comments

Kanker bij kinderen is iets waarvan we weten dat het voorkomt. We willen er liever niet direct mee geconfronteerd worden, maar een ieder van ons kent de beelden van deze kinderen van een tv-uitzending of van een evenement wat wordt georganiseerd om geld binnen te halen voor onderzoek en behandeling van deze kinderen.

Melding: Kind met terminale leukemie.

Ik ben betrokken bij de behandeling van een tienjarig jongetje. Het jochie moet dagelijks voor bestraling naar het ziekenhuis een kleine dertig kilometer verderop. De bestralingen vinden enkele weken achtereen plaats en bijna alle keren ben ik er bij als hij vervoerd moet worden. Hij weet dat hij niet meer beter wordt. Kinderen kunnen snel in hun lot berusten als het ziektes betreft. Dit ventje is tot het laatste moment optimistisch. Ik heb er diepe bewondering voor. Tijdens een van zijn laatste bestralingsritten maakt hij een opmerking gevolgd door een vraag.

Hij is in het geheim bezig met de voorbereiding van zijn eigen uitvaart. Een jochie van tien jaar hè, géén volwassene. Ik moet even slikken. We brengen wekelijks de nodige uren met elkaar door en praten over zijn ziekte en het verloop. Zo concreet als nu is hij niet eerder geweest. Hij zegt: “We hebben deze rit zo vaak samen gereden en je bent een goede vriend van me geworden.” Ik beaam dat en zeg dat ik dat ook zo voel. Hij zegt: “Ik heb meer vrienden, maar die kan ik dit niet vragen en ik wil vragen of jij me wilt helpen.” Ik zeg dat hij alles mag vragen wat hij wil en hij begint zijn verhaal. “Weet je, ik ben al lang ziek en dit is één van mijn laatste bestralingen, nog maar drie keer en dan ben ik klaar. Ik weet ook dat ik nooit meer beter word. Ze bestralen me alleen om te zorgen dat ik geen pijn heb”. Ik knik bevestigend, ik ken na al die maanden zijn dossier van A tot Z. Hij zegt: “Ik zal niet lang meer leven en wil zelf graag wat dingen regelen.”

Ik verwacht dat hij vraagt om ergens naar toe te gaan. Dat heb ik mis. Als ik hoor waar hij hulp bij nodig heeft, voel ik de aderen in mijn hoofd pulseren en zakt de grond onder mijn voeten weg. Of ik hem wil helpen met het maken van zijn rouwkaart. Hij wil er een persoonlijke tint aan geven. Aan mij de eer om hem daarbij te helpen. Ik zeg dat ik dat wil doen en zal zorgen voor de noodzakelijke spullen tijdens de eerstvolgende rit. Hij kijkt me glunderend aan en zegt: “Wil je me echt helpen?” “Tuurlijk jongen, we gaan samen een mooie kaart maken”. Hij kan bijna niet wachten op de volgende rit naar het ziekenhuis. Terwijl hij bestraald wordt wachten wij in de koffiekamer. Ik bel vanuit het ziekenhuis een drukkerij en vraag of ik met een half uurtje langs mag komen om voorbeeldboeken met kaarten te lenen. Als hij klaar is met bestralen vertel ik hem dat we langs de drukker gaan om boeken op te halen. Nu begrijp ik ook waarom zijn moeder er deze keer niet bij is. Hij heeft haar gevraagd of hij voor één keer alleen met de ambulance mee mag. Hij is bezig met een verrassing voor haar en daarom mag ze er niet bij zijn. Zijn moeder heeft hiermee ingestemd.

Op de terugweg pikken we de boeken op en hij vraagt of ze in de auto kunnen blijven liggen tot de volgende dag. Het moet echt geheim blijven. Ik beloof hem dat ik er met niemand over zal praten en schuif de boeken onder de brancard. We leveren hem netjes thuis af en met een knipoog nemen we afscheid. Mijn collega zegt: “Heftig hè, van dat ventje, ik had tranen in mijn ogen staan toen ik jullie hoorde praten.” Ik beaam dat en zeg dat ik ook veel moeite moest doen om me goed te houden. We rijden vanaf het huisadres leeg terug naar de post en ik vraag mijn collega om langs de boekhandel te rijden. Hij knikt en begrijpt zonder woorden de bedoeling. In de boekhandel zoek ik wat pennen en schrijfpapier bij elkaar. Inpakken als cadeautje alstublieft. Het pakketje en een zak snoep verstoppen we in het achtercompartiment van de ambulance.

De volgende ochtend staan we alweer vroeg bij hem op de stoep en hij kijkt me verwachtingsvol aan. Ik geef hem een knipoog en zeg: “Alles dik voor mekaar.” Een brede glimlach komt te voorschijn en hij wipt op de brancard. “Kom op, we gaan, straks komen we te laat”. Hij kan niet wachten tot de deuren achter hem dichtslaan. Als een prins zit hij rechtop op de brancard en ik geef hem het pakketje en de snoepzak. De zak met snoep moet er het eerste aan geloven en hij deelt uit. Het volgende pakketje is aan de beurt en hij begint te stralen als hij de pennen en stiften ziet. “En de boeken?” fluistert hij. “Onder de brancard, kerel. Wil je nu al kijken of op de terugweg na de bestraling?” “Nu gelijk” zegt hij. “Dan kunnen we op de terugweg verder kijken.” Hij bladert door de boeken en is verbaasd over de vele kaarten, kleuren en vormen. Ik heb bewust niet gekozen voor de boeken met deprimerende kaarten met zwarte randen. Hij wil het liefst een kaart met felle kleuren en geinige afbeeldingen, hij heeft een hekel aan zwart.

Na eindeloos bladeren en zoeken vindt hij een kaart die voldoet aan zijn wensen. Ik haal de kaart uit het boek en leg hem apart. De keuze is gemaakt, nu de tekst nog. Schrijven in een rijdende auto moet je gewend zijn en het gaat hem slecht af. Ik zeg dat we op de terugweg ergens zullen stoppen en vraag mijn collega om naar het autostrand te rijden. Daar staat een strandpaviljoen waar je ijs kan halen. Ik heb een kind nog nooit zo blij en gelukkig gezien. Een jochie dat er binnenkort niet meer zal zijn, die ik mag helpen met zijn laatste wens. Ik zal een vriend voor hem zijn. Al likkend aan zijn ijsje vertelt hij wat er op de kaart moet komen. Hoeveel hij houdt van zijn ouders en broertje, zijn opa’s en oma’s, ooms en tantes. En de vriendjes van school waar hij zo mee gelachen heeft. Ik schrijf steekwoorden op zodat we een aanzetje hebben voor de tekst.

Ik bel zijn ouders en zeg dat het vandaag iets later wordt, ik mag verder niks zeggen omdat het een verrassing voor hen is. Ik stel haar gerust en vertel dat we met een ijsje op het strand staan en dat ik straks zal uitleggen wat hiervan de reden is. We blijven een half uurtje op het strand hangen en ik zeg dat het tijd wordt om naar huis te gaan. Zijn ouders zullen ongerust worden als we te lang wegblijven. Hij stopt de kaart met tekst onder zijn shirt en drukt hem stevig tegen zijn borst. Thuis vertelt hij opgewekt dat we op het strand een ijsje hebben gegeten. Hij houdt wijselijk zijn mond over de voorbereidingen. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om zijn ouders te vertellen waar we mee bezig zijn, dan zou hij zijn vertrouwen in mij kwijt zijn. Ik neem moeder apart en vertel dat hij met een verrassing bezig is waar ik niet over mag praten van hem. Ik zeg dat hij snel zal vertellen wat de verrassing is en ik vraag haar nog even geduld te hebben. Dat vindt ze prima en er valt een pak van mijn hart. Ik doe het in het belang van het kereltje. Het is niet verboden wat we doen maar het voelt toch wat vreemd voor mij. Ik doe iets waar de ouders niet van op de hoogte zijn, het is een dubbel gevoel. Ik spreek mezelf moed in en denk: Ik doe het voor hem, we zien wel hoe het uitpakt.

De volgende dag gaat zijn moeder mee in de ambulance en hij duwt me een briefje in de hand met de tekst die hij op de kaart geschreven heeft. Het is ontroerend en aangrijpend wat hij heeft geschreven, ik zou het niet beter kunnen verwoorden. Ik fluister hem toe: “En nu? Ga je het aan je ouders vertellen?” “Ja” zegt hij “Straks als we thuis zijn. Wil jij erbij blijven als ik het vertel? Ik vind het keispannend.”

De koffie staat klaar als we hem thuis brengen. Hij kruipt in bed en houdt de tas met spullen tegen zijn borst geklemd. “Mamma, ik heb iets gemaakt samen met hem”, en hij wijst naar mij. “Daarom ben ik soms wat later thuis gekomen”. Vol trots tovert hij zijn kaart met tekst te voorschijn en laat hem aan zijn moeder zien. De tranen stromen over haar wangen als ze de kaart ziet. “Vind je hem zo mooi mamma dat je ervan moet huilen?” “Ja jongen, hij is prachtig, wat een mooie kaart. Heb je die zelf uitgezocht en geschreven?” Moeder en ik wisselden een blik en nu weet ik voor mezelf dat ik er goed aan gedaan heb. Het gaat in de weken daarna snel bergafwaarts. Dagelijks ga ik even bij hem langs om een praatje te maken.

Vanzelfsprekend ben ik op zijn begrafenis. Ik ga nooit naar een uitvaart van een patiënt, maar in dit geval is het niet de begrafenis van een patiënt, maar van een vriend…

Meer aangrijpende verhalen?  Lees mijn boek: http://www.boekenbestellen.nl/boek/maar-ik-heb-helemaal-geen-centjes-voor-de-begrafenis/9789081840002  

Dood! Maar nog niet begraven…

06 sep 15
R.A. de Jong
2 comments

Hoeveel schokkende beelden en dito berichten krijgen we de komende jaren nog onder ogen?

Smokkelaars die hun zakken rijkelijk vullen met het geld van wanhopige mensen. Zit het geld eenmaal in hun zak dan kan elke vluchteling letterlijk doodvallen. Wat voor monsters schuilen er in dit soort types? De angst van een ander gebruiken om zichzelf te verrijken! Mensensmokkel is iets wat al eeuwen bestaat en iedere vluchteling weet dat de reis vol risico’s en gevaren zal zijn. Wat er bij mij niet in kan, is dat een mensenleven geen cent waard is voor dit schorem. Ik durf te wedden dat ze voor hun eigen hond meer gevoel hebben dan voor een willekeurig medemens.

Sommige groeperingen villen mensen levend voor hun ideologie, onthoofdingen zijn geen uitzondering, homo’s van hoge gebouwen gooien is niks bijzonders. Mensen levend verbranden of onschuldigen met behulp van explosieven opblazen zijn andere alternatieven. De hele wereld is geschokt bij het zien van beelden die te gruwelijk zijn voor woorden en niet te bevatten zijn voor de meeste bewoners van deze planeet. De mensensmokkelaars doen zeker niet onder qua wreedheden. Net als in WOII worden de mensen als beesten in het laadruim van een schip gepropt. Een paar centimeter bewegingsruimte per persoon en onvoldoende zuurstof voor de opeengepakte mensenmenigte. Met honderden tegelijk laten ze zich als makke schapen het ruim in praten. Als iedereen op de propvolle boot een plek heeft kunnen bemachtigen worden de luiken gesloten en vervolgens dichtgelast. Hetzelfde geldt voor de vrachtwagens die afgeladen met wanhopige mensen de grens over proberen te komen. Alles potdicht, geen enkele mogelijkheid meer om te ontsnappen. Voor de reis naar de vrijheid hebben ze alles over. Iedereen zoekt in zijn leven naar rust en vrede. Voor duizenden komt deze wens inderdaad uit en is het een rust die eeuwig duurt.

De geschiedenis herhaalt zich, in 1940-1945 waren het veewagens achter een locomotief. Nu gebeurt het met boten of vrachtwagens. Zij hebben net zo weinig kans op overleven als hun voorgangers toentertijd. Het op het strand aangespoelde dode kindje van 3 jaar schokt de wereld. Waarom is dit zo confronterend? Beelden zeggen meer dan duizend woorden. Er zijn al duizenden kinderen wereldwijd omgekomen door oorlogsgeweld en vluchtpogingen. Van die andere legio omgekomen vluchtelingen zien we weinig. Als we het niet zien is het er blijkbaar ook niet! Wat ook de beweegredenen mogen zijn om te vluchten, oorlog, geweld of gelukszoekers, er is niets wat een dergelijke mensonterende behandeling van wanhopige mensen rechtvaardigt. Als smokkelaars zich zo graag willen verrijken aan mensen die met de rug tegen de muur staan, geef ze dan in ieder geval een kans om te ontsnappen als het misgaat. Zwemvesten voor iedere passagier, kleine groepen mensen in plaats van honderden op een boot die eigenlijk maar geschikt is voor maximaal vijftig man. Wat er nu op grote schaal gebeurt is mensen levend laten verzuipen in vrachtruimen van schepen of ze laten stikken in laadruimtes van vrachtauto’s. Het is niks minder dan genocide. De wereld ziet het en kijkt toe, net als 70 jaar geleden.

Jaren terug raakte ik in Berlijn aan de praat met een oud DDR-er van rond de vijftig jaar. Hij vertelde me over zijn leven in de DDR en het meest frappante wat hij tijdens dit gesprek zei, was: “Van mij mag de Muur terug”. Voor een doorsnee mens een onbegrijpelijke uitspraak. Hij omschreef het als volgt: “Mijnheer, in de DDR had ik een huis, een baan en kon ik eten. Als je de regels in acht nam had je weinig te vrezen. Het was geen luxueus leven, maar ik wist waar ik aan toe was. Nu ben ik vrij in een vreemd land, al jaren werkloos en heb amper geld om eten te kopen…  wat heb ik dan aan die vrijheid en wat is die waard?”

Ik denk dat hetzelfde verhaal opgaat voor massa’s vluchtelingen uit Syrië, Libië, en Irak. De voormalig verdreven dictators waren beslist geen “lekkere jongens”, maar nog redelijk tam in vergelijk tot de huidige creaturen die er rond lopen. Saddam Hoessein en Ghadaffi regeerden met ijzeren hand en onder hun schrikbewind gebeurden er mensonterende en afschuwelijke dingen. Hetzelfde gold voor Assad. Maar zaken die nu spelen zoals massale uittochten, terroristische aanslagen, burgeroorlogen en massamoorden waren in hun regeerperiode niet zo veelvuldig en exceptioneel aanwezig als vandaag de dag.

Andere landen proberen al jarenlang hun waarden en normen op te leggen aan deze landen. We moeten ons afvragen of de inmenging in die buitenlandse politiek nou zo verstandig is. Niet overal zal democratie haalbaar zijn, er zijn te veel tegenstrijdige belangen. Het is geen geheim dat landen aangevallen worden op basis van indirecte bewijslast of onvolledige informatie. Het enige waar het in deze wereld om draait is geld en macht. Men is bereid over lijken te gaan om doelen te halen. Zouden buitenstaanders zoveel invloed uit oefenen in deze landen als er niets te halen zou zijn? Olie bezit, productie en distributie is van wereldbelang en zijn sterke drijfveren in deze. En met dit voor ogen zijn we weer terug bij af. Dat het onmenselijk leed en verdriet met zich meebrengt, boeit alleen diegene die nog compassie hebben voor hun medemens.

Het geweld in het Midden Oosten is onbeheersbaar geworden en uitbreiding naar de rest van Europa is een feit. Er is een vacuüm aan het ontstaan in de Westerse wereld ten opzichte van het Midden Oosten. We kunnen het niet meer stoppen, de politiek zit met de handen in het haar en ook onze regering kan niet met deze situatie omgaan. Het is te massaal en te complex. Miljoenen mensen gaan nog een veilig heenkomen zoeken in Europese landen. De democratie is terrein aan het verliezen, andere culturen en gebruiken overspoelen ons land. Ze hebben bereikt wat ze wilden… Eén Europa en een instabiel Midden Oosten. De vraag is niet of, maar wanneer de eerste lijken bij onze kustlijn aanspoelen Zou het eindeloze geblaat van onze politieke bewindvoerders omgezet worden in structurele daden als ze hiervan ooggetuige zijn? Niet pappen en nathouden maar gezamenlijk aanpakken!

Op de vlucht voor schrikbewinden, uitgekleed door mensenhandelaren. De dood vinden tijdens een mensonterende tocht om uiteindelijk in vrijheid begraven te worden.

 

R.A. de Jong / ambulancehulpverlening.com

Collega’s Hanneke en Linda in doodsangst!

12 aug 15
R.A. de Jong
3 comments

Gisteren werd ik geconfronteerd met het bericht dat Linda, een collega verpleegkundige, na haar dienst in het ziekenhuis werd doodgeschoten door haar ex vriend.

Gelijk kwam er een déjà vu naar boven uit 1992, 24 mei om precies te zijn. Ik was in die tijd, net als nu, naast mijn functie als ambulanceverpleegkundige, ook werkzaam als parttime avond- nachthoofd in een verpleeghuis. Tijdens een van mijn avonddiensten werd ik aangesproken door Hanneke, een teamleider van de geriatrische afdeling, die me deelgenoot maakte van haar privé problemen en angsten.

Zij leefde de afgelopen maanden in doodsangst voor haar ex-partner, die haar op verschillende manieren met de dood bedreigde. De meeste verhalen gingen over het plotseling en onverwachts geconfronteerd worden met haar ex. Deze momenten hadden de meeste impact op haar. Met de verbale telefonische dreigementen kon ze wel leven. Ondanks het feit dat dit uitermate vervelend en intimiderend was, was er immers geen sprake van fysieke dreiging. Voor haar werd het inmiddels een ‘way of living’ om bijna dagelijks vernederd, gekrenkt en geïntimideerd  te worden. De meeste collega’s op de verpleegafdeling waren van haar problemen met haar ex-partner op de hoogte. Hoe langer de hele situatie duurde hoe minder aandacht collega’s eraan besteedden. Sommige collega’s hadden hun bedenkingen en dachten dat het allemaal niet zo vaart zou lopen en noemden het zelfs aandachttrekkerij.

Triest omdat mensen die haar beter kenden wisten dat de verhalen niet verzonnen waren. Dit bleek uit geadresseerde brieven, kaarten en post-it memo’s die door hem achtergelaten werden achter de ruitenwissers van haar auto en op de voordeur. De ex partner kon het niet verkroppen dat ze bij hem weggegaan was en dat was voor hem de reden om haar te stalken en te treiteren. Talloze keren belde hij naar de afdeling waar ze werkte. Ondanks haar uitdrukkelijke wens dat er niemand van buitenaf met haar doorverbonden mocht worden, ging het weleens mis. Op haar werk voelde ze zich relatief veilig. Een gebouw vol met mensen en code sloten op de deuren. Maar toch een schijn veiligheid. Je lot en je moordenaar kun je blijkbaar niet ontlopen.

Avond na avond reed hij langs haar woning en bleef eindeloos in de buurt van haar woning hangen. Kijkend en loerend of ze op het balkon zou verschijnen. Ze nam de vreemdste routes als ze haar huis verliet om te gaan werken. Constant alert. Continue in opperste staat van paraatheid . Links en rechts kijkend. Is de kust veilig, staat hij nergens verdekt opgesteld? Het enige wapen wat ze had waren haar huissleutels en een bus haarlak. Hoe kon ze zich in vredesnaam wapenen tegen een geschifte ex marinier?

De  verbale dreigingen hadden op haar niet het gewenste resultaat en hij begon naar zwaardere middelen te grijpen. Op de snelweg probeerde hij met zijn vrachtwagen haar auto van de weg te drukken. Een snelle manoeuvre voorkwam dat ze verongelukte. De eerste poging tot doodslag was een feit. Ze vertelde dit hevig geëmotioneerd een paar uur na het gebeuren, en gelaten zei ze dat hij haar zou vermoorden. Ze wist dat het ging gebeuren maar niet hoe, waar of wanneer. Ik adviseerde haar om aangifte te doen en onder te duiken op een locatie die moeilijk traceerbaar zou zijn. Aangifte was voor haar moeilijk want er waren natuurlijk geen getuigen, het was immers haar woord tegen het zijne. Van een aangifte werd hij alleen maar kwader en agressiever en het leidde tot niks, ze wilde hem niet verder opfokken.

Ik denk dat niemand zich echt realiseert in wat voor een hel zij 24 uur per dag geleefd moet hebben. Ze stond met doodsangst op en ging ermee naar bed. Iedere dag kon haar laatste zijn. Wie van ons kan zich invoelen in zo’n situatie? De enige die dit echt kunnen zijn de mensen die ermee te maken hebben en weten dat het ieder moment afgelopen kan zijn. Veel insiders, ook ik,  waren op de hoogte van haar situatie.  Niemand deed er wat mee of kon er wat aan veranderen.  Vaak is de betrokkene te koppig om hulp van anderen te accepteren en willen ze voor de buitenwereld niet het achterste van hun tong laten zien uit schaamte. Maar eigenlijk wist ik ook niet goed wat ik met de situatie aan moest.

De avond van 24 mei had ik dienst als avondhoofd. Toen ik aankwam op het parkeerterrein van het verpleeghuis wemelde het van de politie.  Een gedeelte van de parkeerplaats was met linten afgezet.  Een afgeschermd gedeelte, op circa 2 meter van een patiëntenkamer. Haar lichaam heeft daar uren gelegen en werd pas weggehaald nadat de recherche klaar was. Blikken van bewoners en personeelsleden werden automatisch getrokken naar het ontzielde lichaam van Hanneke wat open en bloot op straat lag. Tenten zoals ze nu gebruiken, om het lichaam aan nieuwsgierige blikken te onttrekken, waren er nog niet.

Hanneke’s angst was voorbij. Het dreigement was werkelijkheid geworden. Eindelijk had haar ex kans gezien om haar met een paar kogels te vellen. Als ex-marinier was hij ongetwijfeld bedreven in dit soort daden. Naar zijn geestelijke gesteldheid of motieven kunnen we alleen maar gissen. Feit is dat hij haar zonder pardon als een dolle hond heeft neergeknald. Vervolgens heeft hij getracht zichzelf, zonder succes, van het leven te beroven. Hannekes nachtmerrie was eindelijk voorbij.

Ik heb aan dit incident altijd een rot gevoel overgehouden. Wat als ik en anderen haar problemen serieuzer hadden genomen? Hadden we het gevaar teveel gebagatelliseerd en zijn we te afwachtend geweest omdat er zolang ‘niet echt iets’ gebeurde? Hoelang en hoe vaak moet iemand die bedreigd wordt zich uitten voordat ze serieus genomen worden? Ik heb me vaak de vraag gesteld: ‘Had ik het kunnen voorkomen?’ Had ik met andere adviezen of maatregelen het gevaar kunnen afwenden?

Zij heeft een paar keer aangifte gedaan, net als Linda. En iedereen weet dat er eerst iets moet gebeuren voordat er actie ondernomen wordt. Nu onderneemt de dader als eerste actie en familie en nabestaanden hebben letterlijk het nakijken. Beide schutters waren in het bezit van een vuurwapen. Zou het in deze gevallen, waarin mensen met de dood bedreigt worden, geen indicatie zijn om door middel van een huiszoekingsbevel een preventieve inval te doen bij degene die de doodsbedreigingen uitspreekt?

Misschien dat er één leven mee gered kan worden. Mijn ervaring is dat er in deze zaken te afwachtend gereageerd wordt en meldingen niet serieus genoeg genomen worden. Slachtoffers blijven in de kou staan met de dood tot gevolg.

Voor beide collega’s is het te laat. Ze zeggen: Het recht zal zegevieren, maar ik heb er steeds vaker een hard hoofd in.

Na 23 jaar zijn we blijkbaar nog geen stap verder en hebben we nog steeds niet geleerd hoe we slachtoffers kunnen beschermen.

 

Rust zacht Hanneke en Linda.

R.A. de Jong / ambulancehulpverlening.com

Graaien, draaien en blunderen!

30 jul 15
R.A. de Jong
4 comments

In mijn vorige blog, het Nederlandse omdenken, probeerde ik aan te geven hoe de rechtsstaat hulpverleners behandeld, nadat ze zich naar eer en geweten ingezet hebben. Naar  aanleiding van deze blog kwamen honderden reacties van lezers die ook geen barst meer snappen van het systeem wat ooit opgezet is om recht te doen aan slachtoffers

Rechters staan ver van alle ellende af. Daders die ze moeten veroordelen krijgen korte straffen inclusief weekend verlof. In die weekenden kunnen ze zich dan weer lekker      uitleven:  verkrachting, een roofoverval en soms een moord. En hoe raar; Nooit iemand van de betrokken instanties die het heeft zien aankomen en geen enkele instantie die de  verantwoordelijkheid opeist. Het spreekwoord: “Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken”, is op velen van toepassing. Re-integreren is het motto. Of het maatschappelijke  onrust veroorzaakt of de slachtoffers schoffeert kan ze niets schelen. Wat wordt er dan wel adequaat aangepakt?

Gillen op een plein of een waxinelichtje gooien! Dan is de rechterlijke macht direct in opperste staat van paraatheid. Snelrecht, media aandacht en hoge straffen zijn ineens gerechtvaardigd.  Adequaat (af)handelen is het credo. Op zich logisch want de één heeft de “waardigheid van het Koninklijk Huis aangetast” en de ander een “valse alarmkreet” ten gehore gebracht. Zware vergrijpen als pedofilie, laaghartige roofovervallen en andere misdrijven tellen blijkbaar minder zwaar.

Hoe zit het trouwens met de aanpak van hoogopgeleide, integere en aalgladde criminelen met witte boorden? Types die zelden gestraft worden omdat ze op onaantastbare posities zitten, bulken van “ons” geld en genoeg corrupte vriendjes hebben om een vervolging of veroordeling af te wenden. Mannen die zich niet bezighouden met het kruimelwerk maar gaan voor luxe en status. En als het onverhoopt toch tot een “gedwongen” ontslag leidt krijgt betrokkene over het algemeen een nog lucratievere functie in de schoot geworpen.

Witwas advocaten, vastgoedmagnaten, corrupte ambtenaren, foute topmanagers en frauduleuze politici om er maar een paar te noemen.

Miljoenen, nee miljarden worden er over de balk gesmeten. Overdreven? Ja in hun ogen overdreven gezeik van het gepeupel, maar in de ogen van degenen die het geld moeten ophoesten is het onverklaarbaar en totaal onverteerbaar.

Een paar voorbeelden om het geheugen op te frissen. Kort geleden werd er besloten om een aanbesteding te doen voor het serviesgoed van de Europese Unie, kosten 2 miljoen euro voor het tafelzilver en ruim € 550.000,00 voor het serviesgoed. Natuurlijk moet het bestek van zilver zijn. Europarlementariërs eten stijlvol. Welke idioot verzint het om voor bijna 3 miljoen euro aan servies aan te schaffen?

Vier dubieuze straaljagers voor minimaal 4,5 miljard euro. Mislukte ICT projecten die tot op heden meer dan 21 miljard kosten. Het samenvoegen van krijgsmachtonderdelen, het mag circa 1 miljard kosten. De Betuwelijn, hoppa, tussen de 9 en 18 miljard euro en nog steeds oplopend. Elektronisch Patiënten Dossier 300 miljoen euro en ja hoor, in 2012 de stekker eruit. Miljarden aan Griekse staatssteun waar Nederland geen cent meer aan zou bijdragen, weet u nog wel? Dat was de belofte vóór de verkiezingen. Na de verkiezingen liggen de zaken toch altijd net iets anders.

De verbouwing van het Binnenhof, beraamd op minimaal een half miljard euro. Deze verbouwing zal in ieder geval “sober en doelmatig” worden, zegt een oud minister, wiens naam veel lijkt op die van de beroemde oorlogsarchitect Speer. Ook toen werden kosten nog moeite gespaard om het de baas naar de zin te maken.

Heeft het woord democratie in Nederland eigenlijk nog wel enige betekenis? Niks in dit land is meer heilig. Politieke partijen hebben prachtige verkiezingsprogramma´s en dito beloftes. Stem op ons, krijg je een vlaggetje of petje.

Is de zetel eenmaal veiliggesteld dan wordt de verkiezingsbelofte in rap tempo vergeten en kunnen de kiezers barsten. Beloftes breken hier in Nederland sneller dan borden tijdens een  Griekse bruiloft. Het hele politieke bestel is er op gericht om linksom of rechtsom bakken geld los te peuteren van de agerende burgers. Maar betalen zullen we! De belastingen stijgen jaarlijks. Nieuwe belastingen worden verzonnen, niet nivelleren maar genereren.

En de politiek? Die trekt zich nergens iets van aan en smijt het geld er met containers tegelijk uit.

Bejaarden worden uit verzorgingshuizen gegooid omdat ze niet de juiste indicatie hebben. Zorgverzekeraars bepalen welke medicijnen er gegeven moeten worden aan ernstig zieken. Zij bepalen inmiddels ook welke artsen goed voor je zijn. Premie en eigen risico schieten omhoog. Minder kwaliteit voor steeds meer geld. Megabonussen voor slecht presterende en falende managers, de kranten staan er bol van. Voor hulpverleners zijn er geen mogelijkheden voor een loonsverhoging. Nee, … wel voor zinloze projecten.

Werklozen worden door onze premier afgeschilderd als lui en werkschuw. Rutte gaf, in zijn functie als VVD-leider, af op mensen die na hun ontslag meteen een WW-uitkering aanvragen en niet eerst proberen ander werk te vinden. “Ze hebben het adres van het UWV al in hun hand”. Op zich niet zo vreemd, de gewone burger komt na ontslag in een onzekere financiële situatie terecht. Hoe anders is dat als parlementariër? Als je daar na drie maanden je baan verliest (al dan niet te wijten aan jezelf), krijg je tenminste twee tot vier jaar een royale wachtgeldregeling. Als parlementariër hoef je de eerste jaren gelukkig niet naar het UWV waar je overigens geen uitkering krijgt als het ontslag aan jezelf te wijten is. In Nederland wordt duidelijk met twee verschillende maten gemeten. Maar de gewone burger trekt altijd aan het kortste eind.

Jan met de korte achternaam, die blij is met zijn baan en die voor minder wordt ontslagen dan de hierboven genoemde wapenfeiten, zorgt er middels belastingafdrachten wel voor dat de dames en heren op het pluche hun levensstijl voort kunnen zetten. En laten we de financiële crisis veroorzaakt door de banken onder toezicht van de Nederlandse overheid, de vele reorganisaties en faillissementen niet vergeten, waardoor het gros van de 600.000 werklozen de afgelopen jaren vaak tevergeefs eindeloos heeft gesolliciteerd om aan werk te komen. Dankbaar moet je zijn, nederig en klein: Ja inderdaad als burger, niet als topfunctionaris.

Snapt u het nog? Laten wij ze nog eindeloos graaien, draaien en blunderen?

Of zeggen we nu eindelijk basta! Genoeg is genoeg!

 

Er moet wat veranderen!

Teken de petitie via de link:

http://www.activism.com/nl_NL/petitie/graaien-draaien-en-blunderen-door-de-overheid/65789

Het Nederlandse omdenken!

23 jul 15
R.A. de Jong
9 comments

Vroeger leek de rechtspraak in Nederland duidelijk. Er was een overval, moord of misdrijf gepleegd en de veroordeling die hierop volgde was helder. Er was respect voor politie cq optreden.

De afgelopen weken, na de dood van Mitch in Den Haag, gonst het op de (social) media opnieuw over politie incidenten in alle delen van het land. De ene schietpartij staat koud in de krant, of het wordt al overschaduwd door het volgende pistoolsalvo. Twee agenten die op verschillende tijden en plaatsen worden neergestoken. Een privé auto van een agent die met explosieven wordt opgeblazen. Verdachten die niet meewerken aan hun aanhouding en door een vuurwapen gedwongen moeten worden tot overgave cq medewerking. Telkens komt het op hetzelfde neer: verzet tijdens een arrestatie. Het lijkt meer regel dan uitzondering te worden. Intimidatie leidt tot escalatie en vervolgens tot een hoop ellende.

Een personal coach zei ooit tegen me: “Je kunt 2 dingen doen; Je kunt de goede dingen doen en je kunt de dingen goed doen”. In de huidige maatschappij moeten we vooral de dingen goed doen. Dat zijn de dingen die ons worden opgelegd door werkgever, overheid en andere instanties. De goede dingen doen komt vanuit ons zelf. Afserveren lijkt nu het credo!

Hulpverleners moeten voorgeprogrammeerd gedrag vertonen, dat is de tendens. Vooral niet denken maar handelen volgens de voorgeschreven protocollen, dan is alles te verantwoorden en worden claims voorkomen. Maar mensen zijn geen robots, mensen denken en handelen naar beste eer en geweten. Niemand, dus ook geen protocol, kan voor ons bepalen welke reactie we vertonen op het scherpst van de snede. Fight, Flight or Freeze?

Het gaat er steeds meer op lijken dat daders vrij uit gaat en slachtoffers (of hulpverleners)het moeten bezuren. Bij een woning inbraak kan je het beste jezelf even voorstellen en de daders helpen om je bezittingen naar hun auto te dragen. Vooral geen confrontatie aangaan want voor je het weet heb je een claim en een proces aan je broek van de dader en zit jij vast.

Is je fiets gejat? Geen probleem je kunt hem van de dader terugkopen. Normaalste zaak van de wereld, toch? Wordt je bedreigd met een wapen? Zeker niet optreden…want waarschijnlijk is het maar een grapje. En je afmaken? Dat doen ze in de rechtszaal wel.

Zo ook de agent van het Arrestatie Team die in een split second moest beslissen: wel of niet vuren. De reconstructie van de schietpartij in Heerlen duurde 21 seconden, een stuk korter dan de inzet in beslag nam. De uitspraak in het kort: Geen noodweer maar poging tot doodslag. Iemand die vanuit zijn functie, als AT-er door het Openbaar Ministerie vervolgt wordt omdat hij zo goed mogelijk zijn werk probeert te doen. Dat hij per ongeluk niet de bestuurder maar de bijrijder raakt wordt hem zwaar aangerekend.

Alsof hij voor de lol, uit eigen belang en met voorbedachten rade, de verkeerde onder vuur neemt. Om hem nog verder onderuit te schoffelen mag hij de schade aan de kleding vergoeden à raison van € 750,00 en last but not least € 3500,00 aftikken aan smartengeld. Absurde eisen, qua hechtenis en vergoedingen. De meeste mensen hebben geen kleding aan ter waarde van € 750,00

Een andere agent mag € 2300,00 aftikken omdat hij schoot op een vluchtende inbreker. Hij had mocht namelijk niet schieten als de bewoners afwezig waren. Snapt u het nog? In welk land hebben ze zulke absurde en achterlijke regels? De agenten van de overige drie schietincidenten zitten vol spanning te wachten op de gerechtelijke uitspraken.

Het gaat er steeds meer op lijken dat hulpverleners die zich inzetten voor de samenleving, het werken onmogelijk wordt gemaakt. Iedere handeling en ieder woord wordt op een goudschaaltje afgewogen. Primair heeft de klager gelijk en om gezeik te voorkomen wordt er op voorhand vaak een bloemetje of andere attentie gestuurd om de gemoederen te bedaren. Of in het bovengenoemde geval een vergoeding van € 4250,00. Dat er door deze strafmaat ook een compleet gezin op zijn kop staat boeit niemand.

Fouten die in de hulpverlening worden gemaakt zijn altijd te betreuren. Maar door dit soort straffen op te leggen aan mensen die aangesteld zijn om onze veiligheid te garanderen en te bewaken is ronduit absurd. In landen waar de politie aanzien geniet zou dit soort uitspraken op de lachspieren werken en wordt het voor onmogelijk gehouden dat een agent in de cel belandt omdat hij in een fractie van een seconde een schot heeft gelost in een penibele situatie.

Een optie was ook geweest om de desbetreffende AT-er 30 dagen uit de actieve dienst cq inzet te halen. De bijrijder nam een gok door in te stappen bij een gezochte crimineel. Net zo risicovol als bij Holleeder achterop de scooter kruipen. Als er dan tevens sprake is van verzet of een vluchtpoging dan ben je allebei het haasje. Als je je begeeft in bepaalde kringen loop je risico’s.

De kranten staan bol van reacties van verontwaardigde burgers die geen enkel vertrouwen meer hebben in de Nederlandse rechtspraak. Men vindt dat het rechtvaardigheidsgevoel ver te zoeken is. Drie kwart van de Nederlandse bevolking spreekt schande over de strafmaat zoals die in dit land gehanteerd wordt.

Het doodrijden van drie onschuldige mensen wordt afgedaan met een taakstraf van 120 uur. Sympathisanten van gedode overvallers houden demonstraties en eren hun overleden kompanen. Jaren geleden werd er met vlaggen gezwaaid toen de Twin Towers getroffen werden en er duizenden doden vielen. Wat doet onze rechtstaat? Juist…pamperen, bagatelliseren en financieel ondersteunen, maar zeker niet vervolgen. Voor je het weet krijg je immers een slechte naam in de Europese Gemeenschap. In Nederland hebben we overal een uitkering voor, hoe fouter je bent hoe groter de kans is dat er een financiële honorering tegenover staat.

Inmiddels lijkt er een omslag plaats te vinden. Wat krom is wordt recht gepraat, of men maakt het door omzichtig juridisch gekonkel recht. Voor het dagelijks “gepeupel” wekt het de schijn dat het nooit krom geweest is. Natuurlijk loont de misdaad in Nederland. Daar is het merendeel van de Nederlandse burgers het wel over eens. Het pamperen van criminelen en hun kornuiten neemt absurde vormen aan. Slachtoffers worden betuttelt en de handhavers van de wet worden harder aangepakt dan degene die ze achterna zitten. De goede dingen doen wordt onmogelijk gemaakt.

Gaan we toe naar La Cosa Nostra-achtige toestanden? Ook daar worden de criminelen amper aangepakt en maken ze de dienst uit.

Het omdenken sluipt er gestaag in.

R.A. de Jong / ambulancehulpverlening.com

Mitch, de Nekklem en de Rellen

04 jul 15
R.A. de Jong
15 comments

Na de dood van de 42 jarige Mitch Henriquez in Den Haag, laait het geweld op in de Haagse Schilderswijk. Een wijk die niks te maken heeft met Moerwijk, de plaats waar het incident heeft plaatsgevonden. De raddraaiers die grotendeels uit deze wijk afkomstig zijn, hebben zich al eerder ernstig misdragen naar aanleiding van een ander voorval. Deze groepering heeft totaal niets met de dood van Mitch van doen, maar grijpt alles aan om te rellen en de samenleving te ontwrichten. Types die door hun ondoordachte acties kwaad bloed zetten bij aldaar wonende winkeliers, maar ook bij de inwoners van Den Haag en plaatsen ver daarbuiten. Niet betrokkenen worden benadeeld en opgezadeld met hoge schadeposten en last but not least, mensen krijgen steeds minder vertrouwen en de achterdocht groeit steeds meer tegen personen die zich zo gedragen in de Nederlandse samenleving. De gedupeerden hebben net als de relschoppers geen enkele relatie of verbintenis met het slachtoffer.

Er is geen enkele compassie met de nabestaanden, men wil bloed zien, het liefst zoveel mogelijk. De familie van de overledene maant iedereen tot kalmte. Blijkbaar hebben deze “stoere jongens” het waanidee dat er respectloos omgegaan moet worden met deze situatie. Ophitsen, hersenspoelen, intimideren en bedreigen zijn de sleutelwoorden. Mensen en agenten in hun directe omgeving moeten het ontgelden. Men zoekt een zondebok omdat de politie iemand heeft “vermoord”. Hoe kortzichtig kan men zijn.

Ik heb de beelden van de aanhouding gezien en snap hoe lastig het is om iemand te arresteren die zich, om wat voor reden dan ook, hevig verzet. Door jarenlange praktijkervaring met de meest uiteenlopende situaties, weet ik dat er nooit opzettelijk een arrestant “vermoord” of dodelijk verwond zal worden door agenten. Dit in tegenstelling tot andere landen. Het is in ons land een tikje anders geregeld dan in Amerika bijvoorbeeld, waar om de haverklap dodelijke slachtoffers vallen bij, tijdens of na een aanhouding. Hetzelfde geldt voor de agenten die in de landen werken waar het gros van de raddraaiers vandaan komt. Hun ambtelijke tolerantiegrens ligt tientallen malen lager dan bij ons politiekorps.

Als bij het aanhouden om medewerking gevraagd wordt, dan heb je als redelijk denkend mens, gewoon aan dat verzoek te voldoen. Hoe onterecht het misschien ook lijkt of is in jouw ogen. Werk je niet mee, ga je dreigen of  je agressief gedragen, dan vraag je om problemen en maak je zelf de keuze voor hardhandig optreden. In dit geval werd er, misschien grappig, gesuggereerd dat er sprake was van een vuurwapen. Een oncontroleerbaar gegeven op het moment suprême. Tel daarbij op de grote mensenmassa die op de been is en de grond voor een aanhouding is gewettigd.

Vergelijk het met de grappig bedoelde opmerking -“Ik heb een bom bij me”- van een vliegtuigpassagier. Het vliegtuig blijft aan de grond tot het tegendeel bewezen is. Niemand klaagt over deze voorzorgsmaatregel. Wordt vervolgens de “bomlegger” (hardhandig) aangehouden cq stevig overmeesterd, dan zal niemand bezwaar maken. De eigen veiligheid is op dat moment immers in het gedrang. In het geval van Mitch gaat het over het aanwezig zijn van een vuurwapen, te midden van een grote menigte. Wat nu als het wapen aangetroffen of gebruikt zou zijn? Of zijn we het schietincident in Arnhem in 2010 tijdens Rio aan de Rijn vergeten? Er werd geschoten midden in een grote menigte. Het incident kon men niet voorkomen. Nu kon een mogelijke gevaar setting bijtijds verhinderd worden door tijdig ingrijpen van de politie. Zouden roeptoeteraars en raddraaiers lovend over de politie gesproken hebben als ze terecht ingegrepen hadden? Of hadden ze partij gekozen voor de schutter vanwege zijn extra “onverwachte” bijdrage aan de activiteiten? Misschien is zelfs het voorkomen van incidenten al “rel” waardig?

Laten we reëel blijven en niet op voorhand alles aangrijpen om slachtoffer of “dader(s)” publiekelijk aan de schandpaal te nagelen en af te maken. Er wordt primair gedacht door al die betweters, die achteroverleunend in hun stoel makkelijk kunnen ventileren en relativeren.

Het feit dat iemand tijdens of na een arrestatie het leven laat, is diep triest. Mitch heeft fouten gemaakt door dingen te roepen en zich te verzetten tegen zijn aanhouding. We kunnen spreken van een grote inschattingsfout. (Onbedoeld) kostte die fout zijn leven. Zijn actie gaf aanleiding tot reactie.

Heeft de politie fouten gemaakt in deze casus? Zeker wel. De motieven tot overmeesteren kan ik begrijpen, het hardhandig ingrijpen bij verzet kan ik billijken. Ik sta er vaak genoeg bij als personen tijdens mijn aanwezigheid overmeesterd worden. Ook weet ik als geen ander, waar arrestanten toe in staat zijn en hoe men zich zinloos tot het uiterste verzet.

Ik denk vaak; als je gewoon meewerkt en de armen achter je rug doet, dan is het circus direct voorbij en kan je lopend de politieauto in. Er hoeft geen druppel bloed te vloeien, hoe moeilijk kan het zijn?Op het bureau krijg je een bak koffie en kan je, mits je normaal doet, makkelijk zittend en (on)geboeid je verhaal doen. Ondanks de vrije keuze die men heeft, kiest men vaker voor de confrontatie, met alle gevolgen van dien.

Terugkomend op de agenten in kwestie. Zij begaan een andere inschattingsfout dan Mitch met desastreuze gevolgen. Een fout die onherroepelijk blijkt te zijn. Er valt niets goed te praten maar het is wel begrijpelijk cq verklaarbaar. Een ervaren hulpverlener ziet op het filmpje dat het foute boel is met het slachtoffer. Het van lig- naar zitstand tillen van een slap lichaam, het voorover knikken van het hoofd en het ontbreken van verzet en/of leven. Voor de aanwezige agenten een totaal onwerkelijke situatie. Na een schietincident weet je dat er letsel is bij een verdachte. Met het toepassen van een dodelijk verlopende verwurging heeft geen enkele agent, tot op heden, ervaring.

Als agenten met een reanimatie melding geconfronteerd worden, is het op voorhand duidelijk wat ze aan zullen treffen. Nu hebben ze een arrestant in een reanimatie-setting gebracht zonder dat ze dit realiseren Iets wat nooit voorkomt. Hun houding op het eerste gezicht is er één van onmacht. Het besef dat de arrestant plotseling patiënt is geworden dringt niet tot ze door. Hun onmacht gaat over in een paniekreactie. Wat is hier in vredesnaam aan de hand? Wat gebeurt er met hem? Wat mankeert hem ineens? Vergeet niet; het zijn agenten, geen medici of ambulancehulpverleners.

Uit ervaring en onderzoeken weten we: Hoe meer toeschouwers er zijn, hoe minder snel iemand geneigd is iets te doen. Iedereen wacht op het moment tot de ander wat gaat doen of ondernemen

Hiermee verspelen ze kostbare minuten. Dat zie je in dit specifieke geval gebeuren. Men kijkt elkaar aan en is de draad kwijt, men weet niet wat er gedaan moet worden. Kort daarvoor hebben ze een grote lichamelijke inspanning moeten leveren om Mitch te overmeesteren en het adrenaline peil is hoger dan normaal. Behalve Mitch moeten ze ook omstanders in de gaten houden. Gaat het verder escaleren? Allemaal zaken die meespelen.De wet van Murphy treedt op. De chaos is compleet. Ik ben van mening dat men direct bij het constateren van de bewusteloze toestand van het slachtoffer controles uit had moeten voeren. Is er een polsslag en/of ademhaling? Is de persoon bewusteloos? Eenvoudig uit te voeren controles, maar door paniek achterwege gelaten of te laat uitgevoerd. Was men direct na het constateren van de hartstilstand gestart met reanimeren dan was het verloop hoogstwaarschijnlijk anders geweest. Zuurstofgebrek als gevolg van de nekklem had door reanimatie verholpen kunnen worden als men het geweten en onderkend had.

Zou de oorzaak niet de nekklem, maar een achterliggend lijden zijn, zoals een hartinfarct of embolie,  dan was reanimatie ook de aangewezen behandeling geweest. Agenten zijn opgeleid in reanimatie technieken en velen hebben het in de praktijk reeds toegepast. Als iemand overlijdt door een gebrek aan hulp dan is dit voor de nabestaanden een hard gelag. Maar ook voor de betrokken agenten die zich later realiseren wat er is voorgevallen en wat ze onbewust achterwege hebben gelaten. Als je niet weet wat je moet doen, is adequate hulpverlening (bijna) onmogelijk.

Ik hoop voor de relschoppers dat dit artikel hun tot nadenken stemt.

Niet alles is terug te voeren op discriminatie, intimidatie, respect tonen of welke benaming je er ook aan geeft. Vergeet niet de onderstaande uitspraak, hij kan morgen op jou van toepassing zijn: “HODI MIHI, CRAS TIBI”  ( Heden Ik, Morgen Gij)

Ik wens de nabestaanden van Mitch en de betrokken agenten veel sterkte, wijsheid en kracht toe in deze tumultueuze dagen.

 

R.A. de Jong   /  ambulancehulpverlening.com

Ambulanceverpleegkundige – Zwaar onderbetaald!!

13 mei 15
R.A. de Jong
14 comments

De acties bij diverse ambulancediensten in het land zijn inmiddels in volle gang en terecht! De nieuwe CAO had afgelopen januari al in moeten gaan. Nu, tien onderhandelingsrondes verder is er nog geen akkoord bereikt. De maat is vol voor de ambulanceverpleegkundigen en de ambulancechauffeurs!

Na 37 jaar ambulance ervaring en nog steeds fulltime alle diensten draaiend, vind ik het hoog tijd dat niet alleen het salaris maar ook andere werkgerelateerde zaken aan de huidige realiteit moeten worden aangepast. Al jaren worden ambulanceverpleegkundigen contractueel aangesteld en ingeschaald op MBO niveau. De uitvoering van de werkzaamheden ligt echter op HBO, eigenlijk zelfs HBO+ niveau en qua functioneren wordt dit ook echt verwacht van de ambulanceverpleegkundigen. Sterker zelfs, ze nemen over het algemeen alleen HBO verpleegkundigen met extra aantekeningen (specialisaties/aanvullende opleidingen) aan bij het vervullen van de vacatures. Vervolgens gaan deze verpleegkundigen nog een verplichte intensieve 1 jaar durende opleiding specifiek voor de ambulance volgen. Een verplichte specialisatie die behaald moet worden! Wat klopt er niet in dit plaatje? De eisen aan ambulancepersoneel zijn de afgelopen jaren met sprongen toegenomen. Maar de waardering van de functies is nooit aangepast. Daarbij heeft het ambulancepersoneel weinig mogelijkheden om hun eisen door middel van stakingen kracht bij te zetten. Op luchthavens kunnen ze staken en treinen rijden gewoon niet als ze staken of doen stiptheidsacties… die mogelijkheden zijn er bij ons niet. Je kunt iemand met een hartinfarct of slachtoffers van een zwaar ongeval niet op straat laten liggen.

HBO-ers uit andere disciplines denk bijvoorbeeld aan Communicatie, Informatica, Personeel en Organisatie verdienen bij aanvang van hun loopbaan, zowel in het bedrijfsleven als bij de overheden, al beduidend meer dan een ambulanceverpleegkundige met al zijn specialisaties en een 20 jarig dienstverband. Als je met hen spreekt, zijn zij ook uiterst verbaasd hoe bedroevend laag de salariëring van onze beroepsgroep is en vrijwel iedereen vind dit ook zeer onterecht.

Daarnaast hoeven deze HBO-ers geen beslissingen te nemen op leven en dood. Zij hoeven ook geen medische handelingen te verrichtten die eigenlijk voorbehouden zijn aan artsen. Een schril contrast tussen werk en beloning. Behalve de salariëring zijn er natuurlijk veel meer aspecten die een zware druk leggen op het beroep van ambulanceverpleegkundige. In de literatuur wordt al melding gemaakt op welke wijze het een aanslag is op iemands gezondheid als er vaak onregelmatig gewerkt wordt. Het bioritme raakt van slag door de vele wisselende diensten. Naar mate je ouder wordt worden nachtdiensten steeds zwaarder en ze zijn per definitie ongezond voor  lichaam en geest. In één week tijd draaien wij kris kras door elkaar: vroege, late, nacht en weekend diensten. Medewerkers van fabrieken in ploegendienst hebben vaak een opbouwend ritme, een aantal dagdiensten opgevolgd door late diensten en vervolgens nachtdiensten, dit in het kader van de veiligheid op de werkplek. Een mooie soepele verschuiving van je bioritme van de vroege naar de late en vervolgens de nachtdiensten. Blijkbaar is die veiligheid minder relevant als je je dagelijks in opperste concentratie met hoge spoed en signalen door het verkeer manoeuvreert en in de meest vreselijke scenario’s in no-time de juiste beslissing moet nemen omdat de gevolgen anders desastreus kunnen zijn.

Daarnaast is er vaak uitloop van dienst omdat hulpverlening nu eenmaal niet te plannen is binnen reguliere en strak afgebakende tijden. Ook al is het flink uitgelopen tijdens de late dienst, en kun je vaak niet gelijk de slaap vatten, ook dan gaat in de ochtend gewoon de wekker voor de volgende dienst.

De nachtdiensten zijn in de loop van de jaren steeds drukker geworden, er wordt frequenter gereden op meldingen van huisartsen, politie en omstanders. Vaak wordt je meerdere malen per nacht van de ene naar de andere standplaats doorgeschoven om zoveel mogelijk het gebied af te kunnen dekken zodat burgers binnen de 15 minuten grens bereikt kunnen worden. De heftige emotionele situaties en de soms bezwarende weer/locatieomstandigheden dragen allemaal bij aan een bezwarende werkomgeving. In veel gevallen werken we in onmogelijke hoeken en houdingen om hulp te bieden aan slachtoffers. Zeker als er sprake is van totaal verwrongen auto’s en vrachtwagenwrakken.  De ene keer is dat in de stromende regen, dan weer blauwbekkend in de bittere vrieskou en zomers soms bij 35 graden Celsius waarbij het zweet langs je bilnaad gutst. In het slechtste geval duurt het bevrijden van (meerdere) slachtoffers soms uren. Het is een totaal andere setting dan jaren geleden. Er is veel gewijzigd binnen de ambulancezorg maar dat heeft, gek genoeg, niet tot een aanpassing in de salariëring geleidt. Lang geleden sprak ik iemand van het ministerie die mij vertelde dat de salarissen binnen de gezondheidszorg bewust lager werden gehouden dan de in ons omringende landen. Dit met het oogmerk om de gezondheidskosten niet tot grote hoogte op te stuwen. Nee, dat gebeurt wel op andere manieren, daar heb ik ook al eens een blog aan gewijd.  Ik heb dat toentertijd voor kennisgeving aangenomen maar als ik kijk naar de salariëring van verpleegkundigen in de landen om ons heen dan lijkt het wel te kloppen.

Een ander gegeven is dat mensen met onregelmatige diensten veel vaker blijken te scheiden, waarschijnlijk omdat er meer druk binnen het gezin is. Veel gemeenschappelijk momenten zoals verjaardagen, feesten en  feestdagen maar ook de kindervakanties worden vaak zonder partner doorgebracht. Op korte termijn vrij krijgen is moeilijk op deze dagen (er moet namelijk altijd bezetting zijn), vaak ben je afhankelijk van wat je zelf kunt ruilen met collega’s. En als deze collega’s op dezelfde dag in een andere dienst werken lukt dat dus ook al niet. Wat een bijkomend nadeel is (ook financieel gezien), is dat kinderopvang niet voorziet in opvang voor kinderen van mensen die in onregelmatige diensten werken. Flexibele opvang is niet altijd mogelijk, per definitie duurder en opvang tijdens nachtdiensten ronduit onbetaalbaar (als er die al is). Dit is dus zeer problematisch voor ouders die beiden in onregelmatige diensten werken en gescheiden/alleenstaande ouders. De onregelmatige diensten leggen ook een grote druk op het gezinsleven. Partners moeten alles plannen rondom het rooster van de ambulanceverpleegkundige en kunnen er niet altijd van uitgaan dat hij of zij wel op tijd thuis is om bv de kinderen op te vangen of naar school te brengen. De partners moeten ten alle tijden beschikbaar zijn als achtervang (als een dienst onverhoopt uitloopt) en bij calamiteiten in eigen gezin, omdat je nu eenmaal niet van de ambulance kunt afstappen tijdens werktijd. De werkgevers van de partners zijn hier natuurlijk ook niet altijd van gecharmeerd en dit legt dan weer een extra druk. Daarnaast is het deelnemen aan teamactiviteiten op vaste dagen of tijden lastig tot niet te plannen.

Zelf zal ik er niet veel wijzer meer van worden, omdat ik als één van de laatste der Mohikanen, nog gebruik kan maken van een ‘oude’ regeling die mij de gelegenheid geeft om eerder te stoppen met werken. Ik vraag me wel af hoe collega’s dit werk in vredesnaam vol moeten houden tot hun 67e. Ik zou dat niet meer trekken tot die leeftijd. En met een beetje pech wordt het in de loop van de jaren nog verder opgetrokken tot 70 jaar. Ik pleit dan ook met klem voor een regeling dat mensen vanaf hun 55e jaar geen nachtdiensten meer hoeven te draaien. De arbeidsomstandigheden zullen beter moeten worden als mensen langer door moeten werken. En er zal nu al gekeken moeten worden naar oplossingen om problemen in de toekomst te voorkomen.

Ik sta volledig achter de eisen van de collega’s. Het is niet zo dat we een topsalaris eisen, vet willen verdienen of iets van dien aard. Wat we wel willen is een salaris wat recht doet aan ons verantwoordelijke werk en de zwaarte van het beroep hetgeen we 24-7 uitoefenen, jaar in, jaar uit!

Als u meer wilt weten over het werk van ambulancehulpverleners, geeft het boek “Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis…” op onverbloemde wijze de rauwe werkelijkheid van dit beroep weer.

Ik ben benieuwd naar jullie mening en de algemene opinie in deze kwestie. Reageren kan via deze pagina…

 

Arrestatieteam onder vuur!

06 mei 15
R.A. de Jong
15 comments

Kort geleden is een lid van het arrestatie-team (AT-team) levensgevaarlijk gewond geraakt bij een aanhouding. Tijdens het overmeesteren in een hotel werd hij door de verdachte, ondanks alle voorzorgen, met een mes gestoken. Wat mij steeds weer opvalt zijn de ongelofelijke reacties van bepaalde roeptoeteraars, die klakkeloos reacties naar aanleiding van dit artikel op internet plaatsen. Volkomen respectloos het leed dat een ander overkomt aangrijpen om hun eigen frustraties te ventileren. In de loop van de jaren ben ik bij meerdere incidenten aanwezig geweest waar een arrestatieteam handelend moest optreden. Als direct betrokkene moet ik bekennen dat het merendeel van deze mensen meer geduld op kan brengen dan ik in penibele situaties. Vaak heb ik tijdens een inzet stand-by gestaan om zonodig eerste hulp te verlenen voor, tijdens en na een inzet. Het kan dan gaan om eventuele medische hulp aan de AT-er of de persoon die aangehouden moet worden. Mijn ervaring is dat alle kansen en mogelijkheden van te voren zorgvuldig worden afgewogen alvorens er tot actie overgegaan wordt. Er wordt door veel van die roeptoeteraars op internet geen moment stil gestaan bij de risico’s die deze mensen voor een paar knaken lopen. Eén moment van onoplettendheid kan ze fataal worden. Diverse leden is dit inmiddels overkomen. Door de gevaarlijke situaties waarin ze zich bevinden, kan iedere inzet de laatste zijn. Al deze mensen hebben familieleden die maar moeten hopen dat de AT-er na een inzet weer veilig thuiskomt. Mensen die klakkeloos reacties plaatsen realiseren zich helaas niet dat een AT-inzet zich ook in hun directe omgeving af kan spelen, binnen hun eigen vrienden- cq kennissenkring.

Het merendeel van de bevolking staat never stil bij het feit dat een AT-team ook ingezet kan worden voor mensen die een gevaar kunnen zijn voor zichzelf of hun omgeving. Daarbij is er zeker niet altijd sprake van vuurwapens, explosieven of wat voor soort oorlogstuig dan ook. Ook dat is één van hun taken, net zoals agenten de taak hebben om de orde te handhaven. Te weinig mensen beseffen dat een AT-team en agenten veel meer doen. Het inlichten van nabestaanden door de politie na een dodelijk ongeval is over het algemeen wel bekend. Dat ze ook ingezet worden bij het reanimeren van een patiënt is al vaak minder duidelijk. Het in samenwerking met de ambulancedienst zoeken naar opvang voor een vrouw die door haar man mishandeld is, is al veel minder bekend. Of het thuis brengen van een patiënt die door ons gezien is en geen letsel heeft.

Mijn ervaring is dat er veel onduidelijkheid is over het werk van politie, brandweer en ambulance. De gangbare gedachte is: de politie bekeurt, de ambulance vervoert en de brandweer blust. Voor degene die zich nergens in verdiepen en gelijk een mening klaar hebben weer een aanleiding om domme reacties en kwetsende opmerkingen te plaatsen. Met als gevolg vaak felle protesten van diegenen die wel weten hoe de situatie in elkaar steekt.

Ik wil één aspect van het AT-team inzichtelijker maken voor een betere beeldvorming. Het betreft een situatie waarin een patiënt die het leven niet meer ziet zitten en zichzelf van het leven wil beroven. De patiënt dreigt om van een hoge flat af naar beneden te springen. Geloof me dit komt vaker voor. Het enige dat men weet is dat deze persoon serieus interesse heeft om de daad bij het woord te voegen. Verder weet men nog niks. Er hangt geen briefje aan de deur met datum en vermoedelijke tijd van springen. Wat wel duidelijk is, is dat de persoon in de woning aanwezig is. De gordijnen zijn gesloten. Er is geen enkele activiteit waar te nemen. Het kan zijn dat de persoon al dood is door een overdosis aan drugs of medicijnen. Misschien zijn de plannen gewijzigd en zijn alle gaskranen opengedraaid. De enige toegangsweg is via de galerij. Als ze daar binnenvallen kan de persoon via het balkon aan de andere kant van de woning naar beneden springen. De enige oplossing is een perfect getimede inval waarbij zowel de galerij als de balkondeur niet meer gebruikt kan worden als ontsnappingsroute. Hierbij zullen er dus AT-ers van het dak af naar beneden moeten abseilen, niet wetend wat ze daar  zullen aantreffen. De kans is groot dat ze een psychotisch of zeer agressief persoon aantreffen. Vergeet niet dat er wel wordt gewerkt op een hoogte van 12 à 13 verdiepingen. Dat de AT-er tijdens zijn inzet zelf dodelijk kan verongelukken terwijl hij een ander probeert te redden of erger tracht te voorkomen is alleen maar prijzenswaardig te noemen. Ik zou niet graag in hun schoenen staan of mijn leven op het spel willen zetten. Deze jongens hebben de keuze gemaakt om dat wel te doen en hiermee onze maatschappij veiliger te maken en te houden.

Wie van ons staat er te springen om in de vuurlinie te belanden? Wie van deze roeptoeteraars is er bereid om in de bres te springen voor een patiënt die het niet meer  ziet zitten en een heel huizenblok wil opblazen met zijn ondoordachte actie? Wie wil er zijn leven geven voor een situatie zoals recentelijk in Parijs? Het gros van de Nederlanders weet niet uit welke gelederen de mensen van een AT-team komen. Hebben geen flauw benul van hun loodzware opleiding, selectie en achtergronden…

AT-ers, Noodhulp en alle anderen die bij noodsituaties betrokken zijn; wij als direct betrokken hulpverleners weten wat jullie doen. Wij hebben waardering voor jullie optreden en hopen dat we steeds weer een beroep op jullie kunnen doen als de nood echt aan de man komt.

Respect voor jullie aanpak en benadering!

PS. Misschien een idee voor de roeptoeteraars om eens een dagje mee te trainen met deze mensen.