Author Archives: R.A. de Jong

Wat doen we het weekend?

21 apr 15
R.A. de Jong
2 comments

Een gewone vrijdagmiddag rond de klok van 18.00 uur. Voor velen van ons een vrij weekend na een vijfdaagse werkweek. De doorsnee Nederlander kijkt uit naar twee vrije dagen. Plannen en ideeën  genoeg om het weekend door te komen zou je denken. Maar wat als je nou weinig om handen hebt het weekend? Vanaf vrijdagmiddag tot maandagochtend is het een lange tijd als je niks te doen hebt. Wat is een leuk alternatief om het weekend eens mee te beginnen? Een bezoek aan de huisartsenpost is een goed idee, het is gratis, en je bent er even uit. Terwijl ik bij de receptie van de spoedeisende hulp sta zie ik de eerste patiënten al binnendruppelen. Ik werp een blik op de klok en zie dat het 18:05 uur is. De huisartsenpost is net een uur geopend. Het personeel heeft zich nog niet goed en wel geïnstalleerd of de eerste patiënt  staat samen met een familielid al voor de balie. Als eerste worden de personalia opgenomen want er moet wel een rekening voor dit consult naar de verzekeraar gestuurd kunnen worden.

Dan volgen er wat gerichte vragen met betrekking tot de klachten. Ik voel mijn nekharen al kriebelen als ik de “patiënt” de klachten hoor opsommen. De patiënt heeft zijn vinger dagen geleden tussen een autodeur gehad en het doet nog steeds pijn. Terwijl de patiënt de toedracht in geuren en kleuren omschrijft werp ik ongemerkt een blik op zijn handen. Ik zie geen blauwe verkleuringen, geen afwijkende stand van de vingers en ook geen typische verdikking of roodheid aan één van de vingers. Het zal wel aan mij beoordelingsvermogen liggen maar dit bezoek aan de huisarts gaat nergens over. Het kan natuurlijk ook niet wachten tot maandag want stel je voor dat de situatie acuut verergert en je er te laat bij zou zijn. De afgelopen week was het niet ernstig genoeg om ermee naar de huisarts te gaan, maar met een lang weekend voor de boeg wil je natuurlijk geen enkel risico lopen. De assistent noteert alles netjes en de patiënt wordt naar de wachtkamer verwezen. Vanuit mijn ooghoeken blijf ik het slachtoffer observeren. Het verzekeringspasje wordt met geroutineerde vingers terug gestopt in de portemonnee, met serieus letsel zal je deze handeling niet vloeiend kunnen verrichten.

Vervolgens vertrekt het stel richting koffieautomaat waar zich het ritueel met de portemonnee herhaalt. Met de geblesseerde vingers wordt er 2x een muntje in de machine gestopt. Volledig relaxed loopt het stel naar de plastic stoelen in de wachtkamer. Een krant wordt zonder enige vorm van functiebeperking of pijnklachten tevoorschijn getoverd en doorgebladerd. Lurkend aan hun koffie wachten ze tot ze aan de beurt zijn. Omdat ze één van de eerste bezoekers zijn duurt het wachten maar kort. De huisarts ontvangt het stel, luistert geduldig naar de klachten en kan eigenlijk niets bijzonders ontdekken. De “patiënt”staat erop dat er goed naar de vinger gekeken wordt want hij heeft er al dagen last van en het wordt nu tijd voor actie.

De arts kan een fractuur van de vinger zonder röntgen foto niet uitsluiten en verwijst de patiënt door naar de balie van de spoedeisende hulp. Daar start het circus opnieuw. Personalia vragen, inschrijven in het systeem en wachten tot de SEH verpleegkundige hem op komt halen. Er volgt een screening door de SEH verpleegkundige (acuut, minder acuut en niet acuut). Een aanvullend onderzoek door de SEH arts volgt hierna. Een fractuur is volgens de SEH arts niet aannemelijk maar meten is weten, dus een röntgen foto. Conclusie: Geen fractuur, maar een kneuzing. De patiënt krijgt een tape die de “zere”vinger fixeert aan de ernaast liggende gezonde vinger en wordt met een recept voor pijnstillers heengezonden.

De na-controle mag door de huisarts gedaan worden. De patiënt is inmiddels 4 uur verder en heeft nog steeds dezelfde klachten als bij binnenkomst. Alleen hangt er nu een prijskaartje aan van honderden euro’s en zit er een stukje tape omheen. Een klein kind krijgt een leuke pleister met sticker voor moedig gedrag in zo’n geval. Als ik, als niet arts, zo een letsel zie en beoordeel in de acute fase dan zou ik zeggen: “Het lijkt me gezien de functionaliteit van de vingerbewegingen niet aannemelijk dat er sprake is van een fractuur. We zullen de vingers aan elkaar tapen en u wat paracetamol geven als pijnstilling, de klachten zullen dan binnen afzienbare tijd afnemen en draaglijk worden”. Bij iemand die zijn vingers zo kan bewegen is een fractuur niet aannemelijk. En is er fractuur aanwezig dan is de behandeling precies hetzelfde. Opnieuw hebben we te maken met afschuiven, doorverwijzen en zinloze specialistische diagnose stelling. Dit voorbeeld is er een van de vele duizenden op jaarbasis. Even snel rekenen: Consult huisarts buiten kantoortijden € 120. SEH bezoek met röntgen foto en beoordeling minimaal € 350. Recept paracetamol + € 30 uitgiftekosten. Dezelfde doos paracetamol kost bij de supermarkt 5 euro. In de dienstapotheek minstens het zevenvoudige! Totale kosten voor deze patiënt voorzichtig geschat € 500. Er zijn in Nederland 122 huisartsenposten x € 500 x 52 weekenden (vr-zat-zon) x 15 patiënten = € 47 miljoen. Ik heb de reguliere avonden en nachten van maandag tot vrijdag niet eens meegerekend. Dit bedrag opgeteld bij de onnodige ambulance inzetten op jaarbasis, zoals in een eerder blog beschreven, genereren kosten die laag geschat oplopen tot ruim € 57 miljoen per jaar.

Het onnodig visite rijden door de huisarts à € 180 per patiënt is hier nog niet bijgeteld. Legio van deze ritten zijn onnodig en worden uitgevoerd omdat of de patiënt niet in staat is naar de huisartsenpost te komen, de klachten schaamteloos worden overdreven, er geen geld is voor een taxi of men niet beschikt over eigen vervoer. Ik laat hierbij de echt noodzakelijke visites natuurlijk buiten beschouwing.

Ik wil in onze regio best de screening van deze patiënten op me nemen voor een fractie van dat bedrag. Als we deze screening per huisartsenpost uit laten voeren door personen die adequaat en reëel de situatie in kunnen schatten dan kunnen we flink in de kosten besparen. Dan vloeien er geen onnodige miljoenen naar een bodemloze put en kan dit geld gebruikt worden voor de echt schrijnende gevallen in de gezondheidszorg. Bijvoorbeeld patiënten die geholpen moeten worden aan aandoeningen die door de Nederlandse verzekeraars niet betaald worden omdat het niet onder het gebruikelijke pakker valt. De verzekeraars laten die patiënten liever in de kou staan, ondanks de kapitalen ze aan hun zorgverzekering hebben gespendeerd. Zij beslissen voor de patiënt wat het beste voor ze is. Welke medicijnen ze krijgen, hoeveel zorg en door wie die zorg geleverd moet worden. En voorop staat zeker niet de patiënt, maar de zorgverzekeraar die als grote winnaar uit de bus komt. Door het nodeloos gebruik maken van faciliteiten groeit hun vermogen en neemt onze afhankelijkheid snel toe. De artsen worden verplicht alle info over hun patiënten door te spelen aan de zorgverzekeraars. Willen de huisartsen hier niet aan mee werken dan vallen zij binnenkort niet meer onder de basiszorg. Er wordt door de zorgverzekeraars gestreefd naar een volledig totalitair regime. Waar ligt de grens?  Nog even en zij bepalen; wie er en hoelang we mogen blijven leven en onder welke condities!

Wat doen we dus het weekend?

Logisch nadenken, zelf een oplossing bedenken en vervolgens naar de eigen huisarts. Als het echt niet anders kan, dan buiten kantooruren, naar de huisartsenpost. Op die manier wordt zorg op maat geleverd en blijft het betaalbaar voor iedereen.

Treiteren, uitdagen en dan…

22 mrt 15
R.A. de Jong
No Comments

Al jaren worden er campagnes gevoerd om geweld tegen hulpverleners in te dammen. Het klinkt allemaal prachtig, is goedbedoeld maar helaas krijgen hulpverleners valse hoop dat ze serieus genomen worden. De realiteit laat meestal een ander verloop zien. Als het tot een rechtspraak komt blijkt er geen onomstotelijk bewijs te zijn. De dader heeft vroeger op een fietsje met een verkeerde kleur gezeten, of hij heeft nooit de “echte” pindakaas kunnen eten. Iedereen kent wel de legio flut uitspraken die hulpverleners in de kou laten staan en de daders in de watten leggen. Komt het tot een serieuze aangifte dan zijn naam, adres en overige personalia  van de hulpverlener binnen no-time bekend bij de tegenpartij. De animo om binnen onze huidige regelgeving aangifte te doen wordt door de overheid aangemoedigd. We kunnen anoniem aangifte doen, maar we blijven tijdens een proces niet anoniem. De advocaten hebben immers de dossiers, compleet met namen, adressen en andere relevante informatie van dader en slachtoffer. De laatste weken staan de kranten weer vol met artikelen over agressie tegen hulpverleners. Agente in elkaar geslagen, conductrice mishandeld, ambulancebroeder krijgt een vuistslag en ga zo maar door. Nu moet me wel van het hart dat ik iedere vorm van agressie tegen wie dan ook afkeur. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat ik van huis uit niet agressief ben, zelfs niet als ik gedronken heb, wat voor menigeen blijkbaar een vrijbrief is om dit asociale gedrag te vertonen. Maar recentelijk werd ik geconfronteerd met een filmpje waarvan ik zelfs agressieve neigingen zou krijgen. In dit filmpje zit een jongen met zijn voeten op de bank van een intercity.

Deze jongen deed verder niks verdachts, was niet gewapend, had geen koordje naast zich hangen waarmee hij een explosief kon laten ontploffen. Niks van dit alles. De grootste fout die hij kon maken was zijn voeten op de bank leggen. Er kwamen drie personen in gewone kleding de coupe binnen die zich voorstelden als agenten in burger. Niks aan de hand zou je denken. Deze mensen zijn aangesteld om te zorgen voor de veiligheid van de reizigers en om op te treden bij incidenten cq calamiteiten op en rond het spoor. Maar zoals deze jongen behandeld wordt, dat wekt toch wel agressieve gedachtes op. Hij geeft netjes toe dat hij fout is, dat het asociaal is om met zijn voeten op de bank te zitten, waarbij hij de dienders fatsoenlijk te woord staat. Zodra hij niet snel genoeg zijn ID wil geven, omdat hij niet snapt dat dit “vergrijp” hem zo zwaar wordt aangerekend, krijgt hij te horen dat hij wordt aangehouden als hij niet meewerkt. Hij vertoont geen asociaal gedrag naar de agenten maar vraagt op een beheerste manier waarom hij op deze manier behandeld wordt. Drie man sterk zijn afwisselend met hem bezig, de één vuurt een vraag af, de tweede haakt erop in en nummer drie geeft extra commentaar op wat de twee anderen zeggen. Zouden ze daarom met zijn drieën zijn? Een soort drie-eenheid. De ene praat, de ander denkt en de derde voert uit.  De jongen is niet kwaad omdat hij aangesproken wordt op zijn gedrag, hij is geagiteerd omdat hij geen normaal gesprek kan voeren met deze wetshandhavers.

Zoals ik het zie is er hier sprake van machtsmisbruik, kleinerend taalgebruik en ongepast gedrag in het kwadraat. Ik durf rustig te stellen dat deze heren in de jaren “40-45” tot volle tevredenheid van hun bazen gehandeld zouden hebben. In 2015 is dit gedrag echt niet acceptabel. Het lijkt erop alsof men doelbewust de boel wil laten escaleren. Ik vraag me serieus af als het nu geen normale nette jongen was geweest, maar een grote kale kickbokser vol met stempels en piercings en een agressieve mentaliteit of de gezagdragers dan ook zo’n kapsones zouden hebben gehad. Ik denk dat ze dan gekeken hadden naar een reiziger die een propje papier op de grond let vallen, of een roker die alvast zijn sigaret in zijn mondhoek had zitten om hem straks buiten op het perron aan te steken, net een meter van de paal die daarvoor speciaal geplaatst is. Waar zijn dit soort types als er echt opgetreden moet worden? Waarschijnlijk zijn ze dan net verbaliserend bezig. Of nog erger: ze hebben een echte aanhouding verricht van iemand die met zijn schoenen op de bank zat. Gewoon ff normaal doen. Constateren, een kleine opmerking in de trant van: “Hé kerel doe even je voeten van de bank, bij een principiële collega kost het je € 90. Zonde van je geld toch?” Wedden dat er niemand moeilijk doet en iedereen waardering heeft voor je manier van handelen en oplossen. Nee, geweld tegen hulpverleners kan en mag niet, maar ga het ook niet uitlokken als er geen enkele reden toe is.  Wat is de volgende misstap van een reiziger? Met een gevlekte of vuile broek tegen een coupedeur aan staan? Of 10 centimeter buiten de rookzone bevinden? Gezag is goed en noodzakelijk, maar bekijk het per situatie en gebruik je gezag op de momenten dat het echt nodig is. Wees reëel en bedenk hoe jezelf behandeld zou willen worden. Dat is toch wat telt?

Op 18 maart jl. was er weer een absurde veroordeling van een gewone burger. In eerste instantie dacht ik dat hier om een grap ging. Hij had blijkbaar een privé envelop in een afvalcontainer gedeponeerd. Een daartoe aangewezen hielenlikker viste dit  bewijsmateriaal uit de vuilcontainer. Gelukkig kon de eigenaar van het stuk papier achterhaald worden. De boete die hierop volgde was € 140. De reden: Het envelopje werd in een afvalcontainer gegooid. Maar deze was alleen bestemd voor zwerfafval en daar viel deze envelop met bedrijfslogo niet onder. Dus niet ouwehoeren maar dokken. En als overheid maar klagen dat burgers agressief en opstandig worden en geen ontzag meer hebben voor de handhavers van de wet.  Je wordt er toch gestoord van als normaal denkend mens! Alle begrip en geduld gaat verloren bij dit schorem. Is het gek als je handen gaan jeuken? Pennenlikkers, compleet gestoorde ambtenaren en dito mallotige rechters hebben we in dit land. De één verrekend zich een paar miljoen en stapt op, een andere topambtenaar houdt zich erg intensief bezig met jonge jongens, de volgende tilt de boel voor kapitalen en ga zo maar door. En wat zegt de hoogste baas in Nederland? We verliezen zeer gedreven en gewaardeerde collega’s! Ja het is maar hoe je het bekijkt. Hoe hoger in de top hoe meer de leugens en strafbare feiten worden gebagatelliseerd. En de gewone man in dit land? Die krijgt de rekening voor zijn kiezen. Al dat gegraai aan de top kost miljoenen en de kas moet aangevuld worden. Onnodig toeteren? Bijna € 400 boete. De zaak voor miljoenen belazeren? Een nieuwe  baan die nog beter betaalt ligt in het verschiet. Via de voordeur eruit en via de achterdeur weer naar binnen. Alles moet transparant en inzichtelijk worden in dit land. Maar dit geldt niet voor de (politieke) top, deze kunnen zich naar hartenlust verrijken en graaien uit de staatskas die de gewone man steeds weer mag vullen.

De betreffende fragmenten kun je hier bekijken:

https://www.youtube.com/watch?v=USw5LDcwQzE

http://www.telegraaf.nl/binnenland/23807147/__Boete_voor_weggooien_afval__.html

Om gek van te worden!

16 mrt 15
R.A. de Jong
9 comments

Verwarrend en ondoorzichtig is de hulpverlening voor burgers geworden. Begrippen als First Responder, Rapid Responder, motorambulance, zorgambulance en huisartsenauto’s met het opschrift ambulance zijn voor legio burgers onbekende en verwarrende begrippen. Tegenwoordig kan een ambulanceverpleegkundige zonder ambulance zelfstandig op pad gaan, de Rapid cq First Responder. Hiervoor gebruikt hij een volledig uitgeruste ambulancemotor of een personenauto, waarmee geen patiënten vervoerd kunnen worden. Het doel is snelle interventies en assisterend optreden bij een reanimatie, groot ongeval of incidenten die ter plaatse afgehandeld kunnen worden. Een voorbeeld is een patiënt met een laag bloedsuiker gehalte. Een zorgambulance verzorgt enkel de niet spoedeisende bestelde ritten, en het opschrift “ambulance” op de huisartsenauto heeft niets te maken met de echte ambulance. Er kan enkel door de huisarts met optische signalen gereden worden onder auspiciën van een ambulance meldkamer, dit is de enige link met de ambulancehulpverlening. Wie doet wat in welke situatie en welke hulpverlener komt er? Van wie kan ik wat verwachten? In geen enkele landelijke campagne wordt uitgelegd waar de burger mee te maken kan krijgen in acute situaties.  Vragen over welke kosten dit met zich mee brengt en wie voor welke kosten opdraait, komen frequent aan bod.

Jaren geleden belde de patiënt de huisarts, makkelijk en simpel. Er waren twee opties: Of hij kwam, of hij kwam niet. Meer keuzes waren er niet. Als hij wel kwam en het was noodzakelijk dat de patiënt opgenomen moest worden, dan werd er een ambulance gealarmeerd. Vandaag de dag belt de patiënt buiten kantoortijden met de Huisartsenpost (HAP). Moet hij te lang wachten, dan wordt er opgehangen en in de opkomende paniek wordt 112 gebeld. Er worden aan de melder de nodige vragen gesteld, waarna er besloten wordt wie er hulp gaat verlenen, de huisarts of de ambulance. Is het niet levensbedreigend of acuut dan zal de huisarts de zaak verder kunnen afhandelen. Maar valt er ergens in dit vraag en antwoordspel bijvoorbeeld het woord hartklachten dan wordt er direct een  ambulance met volledige bezetting, of een Rapid Responder die kant uit gedirigeerd. De patiënt verwacht eigenlijk een huisarts maar wordt geconfronteerd met een ambulanceverpleegkundige. Indien het een First Responder betreft, zal hij de nodige onderzoeken doen en vervolgens besluiten of er alsnog een ambulance moet komen om de patiënt te vervoeren of dat er een doorverwijzing naar de huisarts moet volgen. In het gunstigste geval kan hij het zelf afhandelen zonder verdere verwijzing. Nu komt de bottle neck. Een patiënt is grieperig, koortsig en voelt zich beroerd. Door het vele hoesten heeft hij pijn op de borst gekregen. De ambulanceverpleegkundige vermoed dat het allemaal meevalt en dat er geen sprake is van hartklachten. Omdat het ziektebeeld niet geheel duidelijk is, besluit hij de patiënt toch per ambulance in te sturen om zekerheid te krijgen. De huisarts heeft geen capaciteit om een visite te komen doen en de patiënt is te beroerd om naar de arts te gaan. De ambulance arriveert en de patiënt wordt vervoerd naar de eerste hulp. Hier blijkt dat er niks aan de hand is en de patiënt kan met eigen vervoer terug naar huis. Het eigen risico is opgesoupeerd door ambulancevervoer en Spoedeisende Hulp bezoek. Was de patiënt door een huisarts gezien dan had alles waarschijnlijk afgedaan kunnen worden met een huisarts visite en medicamenteuze therapie. Weken later wordt hij geconfronteerd met een gepeperde rekening. Recentelijk werd er in de media aangehaald dat een wond hechten soms meer kost dan een nieuwe heup implanteren. Geen enkel weldenkend mens kan dat bevatten. Volgens de politiek heeft het alles te maken met het soort verwonding welke onder een bepaalde behandelcategorie valt en dat kan soms in het nadeel van de patiënt uitvallen. Onverkoopbaar en onbegrijpelijk voor mij en voor iedereen in Nederland. Waarom wordt er niet naar redelijkheid gefactureerd? Ook wij merken dat er steeds vaker een beroep op ons gedaan wordt. Veel patiënten die eigenlijk bij de HAP thuishoren belanden bij de ambulancedienst. Heel vaak betreft het meldingen die niet bij ons thuishoren maar bij een huisarts.  Een hechtwondje op het hoofd, een gebroken vinger, een druppelende aambei en ga zo maar door. De stelling is: Binnen de gezondheidszorg is degene die de patiënt voor het laatst gezien heeft verantwoordelijk totdat een andere hulpverlener de zorg overneemt. Ook wij willen niet de eindverantwoordelijke zijn als we niet zeker zijn van onze diagnose. De patiënt wordt meegenomen en ingestuurd naar het ziekenhuis. Dan ligt de verantwoording bij de SEH arts. Van daaruit klinken steeds meer noodkreten omdat patiënten de huisarts omzeilen en onterecht de SEH bezoeken. De capaciteit van de SEH is niet ingesteld op dit soort opnames en er treedt stagnatie in de behandeling op. Wij zien veel patiënten die bij de huisarts thuis horen en waar geen ambulance indicatie voor is. Recentelijk bracht ik een patiënt, die gevallen was voor de deur van een huisarts, bij die huisarts naar binnen om het wondje te laten hechten. Hierop werd ons medegedeeld dat we de patiënt maar bij haar eigen huisarts af moesten leveren om daar gehecht te worden. Een grove schande en betutteling ten top. Afschuiven en doorschuiven werkt blijkbaar beter dan adequaat hulp verlenen vanuit menselijk oogpunt.

De burger heeft nog steeds de misvatting dat ambulancezorg en Spoed eisende Hulp bezoek, net als de huisartsenzorg ongelimiteerd en bij het basispakket inbegrepen is. Regelmatig wijzen wij de patiënt op deze misvatting waarna ze steeds vaker kiezen voor een alternatieve wijze van vervoer. Het wordt hoog tijd dat er meer duidelijkheid komt voor de burgers over de voorzieningen die betrekken hebben op de eerstelijns zorg. Wanneer vraag ik specifiek om een ambulance? Waarom komt er geen huisarts als ik daarom vraag, maar een ambulance? Niet alle pijn op de borst wordt veroorzaakt door hartklachten. Het feit dat er geen capaciteit is bij een huisartsenpost om visites te rijden moet niet opgelost worden door de ambulancedienst. De ambulance dient gebruikt te worden en beschikbaar te blijven voor acute situaties. Dat beide disciplines elkaar aanvullen en helpen spreekt voor zich en zal door iedereen geaccepteerd  worden. Maar van hulpverleners mag ook verwacht worden dat zij burgers niet onnodig op kosten jagen. Degene bij wie de zorg thuishoort moet deze onder alle omstandigheden kunnen waarborgen. Bij spoedgevallen 112, anders de huisarts.

Er kunnen kapitalen bezuinigd worden in de zorg. Als ik een gemiddelde werkweek neem dan vervoer ik minimaal 8 patiënten per week waarvoor geen ambulance indicatie is. Op maandbasis ruw geschat  4 x 8 x € 700 = € 22.400. Gemiddeld rijden we met 20 voertuigen op een dag. Dit is al € 448.000. Laten we het gemakshalve naar beneden bijstellen. € 400.000 per regio. We hebben 25 veiligheidsregio’s.  Dan spreken we over (heel voorzichtig geschat) € 10 miljoen euro. Serieuze bedragen toch? Als deze bedragen al op ambulancezorg bezuinigd kunnen worden, hoe zit het dan met alle overige instellingen op jaarbasis? De top weet zichzelf zoals altijd wel te verrijken ten koste van patiënten en mensen op de werkvloer. Wanneer wordt er nu eens serieus gekeken naar de kosten?  Een doorsnee gezin heeft zijn financiën beter op orde dan een instelling met een surplus aan financiële specialisten. Het is om gek van te worden.

Agressie opwekken!!

05 mrt 15
R.A. de Jong
No Comments

Ook ambulancebemanning kan agressie opwekken!

 

Wat is dat toch de hele tijd? Al die vragen van patiënten en familieleden over geweld tegen ambulancehulpverleners. Er gaat bijna geen dag voorbij of ik word geconfronteerd met deze vraagstelling. En niet alleen ik, ook veel collega’s krijgen deze vraag voorgeschoteld. Bijna dagelijks is er wel een patiënt en/of familielid die erover begint. Ik ben de afgelopen jaren diverse malen geïnterviewd door radio- en televisiestations waarbij deze vraag telkens aan de orde kwam. Meerdere malen is er in een langdurig interview kort ingegaan op de agressie tegen de ambulancehulpverleners.  En evenzoveel keren heb ik uitdrukkelijk te kennen gegeven dat die agressie binnen ons vakgebied niet zo veelvuldig voorkomt als de media ons willen laten geloven. Natuurlijk snap ik wel dat dit onderwerp zorgt voor goede kijkcijfers en hoe meer sensatie, hoe beter het is. Een paar jaar terug heb ik een anderhalf uur durend interview gegeven. Dit ging over het filmen van incidenten door omstanders met behulp van hun mobiele telefoon.  Het doel hiervan was het vastleggen van agressie tegen hulpverleners. Het lijkt een goed initiatief, maar er schuilt ook een groot gevaar in. Steeds vaker zien we dat er maar een deel van het videofragment in het nieuws getoond wordt. Het voorafgaande gebeuren wat leidt tot de escalatie wordt bijna nooit in de publiciteit naar voren gebracht.  

Als  we eerlijk zijn: in negen van de tien keer blijkt het totale en complete videobeeld een iets andere weergave van de situatie te geven. Als ik terugkom op mijn eigen interview waarbij ik duidelijk te kennen geef dat over het algemeen de agressie naar ons hulpverleners meevalt, blijkt dat dit totaal genegeerd wordt. Juist een korte referentie naar de escalerende oudejaarsnachtrellen van jaren geleden, wordt sterk uitvergroot en tot een hot item gebombardeerd. Niet echt een waarheidsgetrouwe weergave van mijn interview. Natuurlijk komen er op jaarbasis incidenten voor die voor collega’s zeer heftig en ingrijpend zijn en kunnen leiden tot psychische schade. Ik ken de verhalen van collega’s die zwaar verwond zijn door messteken welke toegediend werden door een psychiatrische patiënt. Maar laten we vooral niet uit het oog verliezen dat er soms onbedoelde agressie naar ons toe is. Een psychotische patiënt die uit zijn panty gaat en agressie gebruikt. Het is inherent aan het ziektebeeld en is niet bij voorbaat een doelbewuste agressieve daad naar ons toe. Evenmin is er sprake van gerichte agressie als iemand zich een stuk in de kraag gezopen heeft. Hiermee zeg ik niet dat ik het gedrag goedkeur, maar het moet wel in de juiste context geplaatst worden. Een patiënt met een laag bloedsuikergehalte kan knap vervelend en agressief zijn naar iedereen in zijn omgeving. Als een voorbijganger dit gedrag staat te filmen kan het snel geïnterpreteerd worden als agressie naar de hulpverlener, terwijl de patiënt niet eens weet dat hij dat gedrag vertoont. Het is immers een gevolg van het ziektebeeld. In dit vakgebied moet je altijd op je hoede zijn, zowel bij psychiatrische patiënten als bij patiënten met een somatisch ziektebeeld zoals hiervoor omschreven. Ik heb eens een agent treffend horen zeggen: “Als ik een verdachte aan moet houden weet ik dat ik klappen op kan lopen, maar het is een ander verhaal, als ik zonder aanleiding in elkaar geslagen wordt”. Bij ons is het niet anders, ik heb in de afgelopen 35 jaar nog nooit meegemaakt dat iemand mij uit de ambulance wou trekken om mij een pak op mijn donder te geven. Ik denk dat ik best de nodige kwibussen tegengekomen ben, ook in de grote steden met een overdaad aan mafkezen.  Sommige situaties zijn onbeheersbaar. Als ik kijk naar bijvoorbeeld het voetbalgeweld, dan zijn de gefrustreerde supporters zo door het dolle heen, dat iedereen in de buurt het moet ontgelden. Alle mogelijkheden worden aangegrepen om de agressie op bot te vieren. Taxi’s, politiewagens, ambulances en zelfs een moeder met kinderwagen moet eraan geloven. Een kwestie van een verkeerde persoon op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Tegen massahysterie is niks bestand. Ver uit de buurt blijven van de oproerkraaiers is de enige remedie. Meestal zie je het te laat escaleren als buitenstaander en voor je het weet zit je ertussen en ben je de Sjaak.

Maar nu de individuele agressie. Ik heb in de loop van de jaren meerdere collega’s gesproken die zich bedreigd voelden of bedreigd werden. Sommigen incidenten haalden uitgebreid de krant . Bij navraag op een later tijdstip kreeg ik een aantal keren te horen: “Wat daar toen gebeurt is, is deels door mijn eigen inbreng veroorzaakt”. Soms zijn wij zelf de trigger die aanleiding geeft tot vervelend en ongewenst gedrag bij patiënt en/of omstanders. Een hulpvraag wordt bijvoorbeeld door ons niet serieus genomen of wordt gebagatelliseerd in het bijzijn van patiënt en/of familie. Men voelt zich niet serieus genomen en krijgt het gevoel dat men niet wordt gehoord. Actie geeft reactie en soms escaleert dat tot vervelende situaties. Ik zal een voorbeeld geven van een situatie die kan leiden tot escalatie.

Een jonge vrouw ligt te hyperventileren in een bomvolle kroeg. We komen binnen en zien haar op de grond liggen. Vrienden en bekenden staan eromheen. De vraag is aan of we haar uitgebreid moeten gaan onderzoeken in een stampvolle kroeg waar al haar vrienden en bekenden bij staan. Wat omstanders vooral  verwachten is dat er snel en adequaat gehandeld wordt. Als we het protocol volgen zijn we al snel 20 minuten verder voordat haar situatie onder controle is. Omstanders gaan zich er in deze tijd mee bemoeien en gaan ons manen tot sneller handelen. De meeste hebben een bakkie teveel op en sommigen van hen weten het altijd beter dan wij. De sfeer wordt steeds meer gespannen, wij doen ons best, maar in de ogen van de omstanders schiet het allemaal niet op en kan het allemaal een stuk sneller. De hulpverleners worden het mikpunt van hun frustratie. In hun ogen is er immers sprake van een ernstige situatie en de hulpverleners reageren rustig en behandelen de patiënt op hun dooie gemak. Voor een buitenstaander iets om gek van te worden. Een andere, in mijn ogen betere methode zou zijn: Binnenkomen in de kroeg, bij een ademende patiënt gelijk opladen en meenemen de ambulance in. De grootste trigger wordt dan al weggenomen. De omstanders hebben het idee dat de patiënt gelijk en snel goed geholpen wordt. Wat er zich verder achter de deuren van de ambulance afspeelt zal iedereen worst zijn. Meer dan een goede vriend of vriendin van de patiënt zal er in de buurt van de ambulance niet aanwezig zijn. En als de spontaan genezende patiënte na 20 minuten uit de ambulance geknikkerd wordt zal je geen omstander horen over een “trage” of “falende” hulpverlening. Wat ik hiermee probeer aan te geven is dat iedereen in veel gevallen, door doordacht te handelen, veel agressie kan voorkomen. Misschien moet er in de opleidingen meer aandacht komen voor het creatief inspelen op situaties en het vermijden van conflicten. Ook zou er meer winst te halen zijn als er bij de burgers meer bekendheid zou zijn over ons werk en handelen. Als wij ons begripvol opstellen naar patiënt, familie en omstanders, dan  zal er weinig reden overblijven om agressie naar ons te tonen.  Agressie naar hulpverleners mag nooit getolereerd worden. Hulpverlenen is een interactie tussen meerdere partijen en een ieder moet hierin zijn eigen verantwoordelijkheid nemen.

Waar is mijn gevoel gebleven?

05 feb 15
R.A. de Jong
one comments

Soms vraag ik mij af waar mijn gevoel is gebleven. Mijn gevoel van medelijden, verdriet, walging, boosheid, afschuw, liefde en ook andere gevoelens.

Soms vraag ik me af of ik ze ooit nog terugkrijg. Soms mis ik ze! Waar is mijn gevoel van vroeger?!

Hoe kan het zijn dat ik in de afgelopen jaren heb kunnen omgaan met doden, gewonden, zieken, verslaafden, hoeren en mensen aan de onderkant van de samenleving, zonder dat ik daar gevoel bij had? Ik weet ook dat door het soms uitschakelen van mijn gevoel ik heb kunnen overleven. Door het uitschakelen van mijn gevoel heb ik kunnen omgaan met al deze ellende.

Hoe kan het zijn dat ik in woningen heb kunnen lopen waar de menselijke uitwerpselen en urine tegen de muren zat. En dat ik ook nog zonder enige moeite de mensen die daar woonden kon vastpakken, zonder dat ik een soort van walging voelde?

Hoe kan het zijn dat ik soms twee keer op een dag om kon gaan met een dode en dat ik dan gewoon kon zeggen dat het mij niets deed?

Hoe kan het zijn dat ik met mijn handen in wonden van slachtoffers heb gezeten en deze wonden heb dichtgedrukt zonder dat het mij iets deed?

Hoe kan het zijn dat ik met nabestaanden naar een confrontatie van een dodelijk slachtoffer ging en dat de nabestaanden heel hard moesten huilen en ik niet? Ook later niet!

Hoe kan het zijn dat ik soms twee bloederige steekpartijen op één dag had, dat er ook nog was geschoten en dat ik thuis vertelde dat er niets bijzonders was gebeurd?

Hoe kan het zijn dat er mensen bedreigingen tegen mij uitten en dat ik daar niet eens van onder de indruk was?

Hoe kan het zijn dat hoeren mij schokkende verhalen vertelden over hun leven, over wat zij meemaakten en hoe zij waren verkracht en dat het mij niets deed?

Hoe kan het zijn dat verslaafden en zwervers soms zo stonken dat anderen daar van moesten kokhalzen en ik niet meer?

Hoe kan het zijn dat ik met een overleden kindje in mijn armen zat en dat ik daar om niet eens kon huilen?

Hoe kan het zijn dat mij dit in de laatste paar jaar wel heel veel pijn heeft gedaan en ik heel soms stil moest huilen. Of dat ik in mijn boosheid weer eens iets kapot maakte?!

Is dit nou de bekende beroepsdeformatie?

Hoe kan het zijn dat ik nu soms nog steeds mijn emoties niet kan laten zien? Hoe kan het zijn dat ik nu soms nog mijn emoties probeer te verstoppen?  Waarom?

Ik ben toch mens!? Ook ik heb gevoel!? Ook wij ambulancehulpverleners hebben gevoel!? Ook wij hebben verdriet!? Ook wij hebben medelijden!?

Waarom? Waarom verstoppen wij dat? Waarom laten wij geen emoties zien!? Omdat burgers dat niet normaal vinden? Omdat onze bazen dat niet normaal vinden?! Of omdat wij vinden dat het niet bij ons werk hoort!? En dat wij gewoon deze last moeten dragen!!

Soms is je emoties delen best lekker! Soms even huilen kan best een opluchting zijn!

Wij zijn ook mensen, mensen met gevoel!

 

 

@Arthur vd Vlies

Media en de respons hierop

01 feb 15
R.A. de Jong
No Comments

Heel Nederland staat op zijn achterste poten. Iedereen heeft zijn eigen mening en gedachten over het gebeuren afgelopen week  in de NOS studio. En laat ik voorop stellen dat daar niks mis mee is. Iedereen heeft recht op een eigen mening. Waar wel wat mis mee is, is het eindeloze gebrabbel en het ongenuanceerde commentaar wat mensen kunnen plaatsen onder het desbetreffende geplaatste artikel. Het merendeel zit veilig achter zijn pc te typen, totaal niet gehinderd door enige vorm van schaamte, empathie  of realiteitszin.  Veel verder dan hun mening uiten op een forum komen ze meestal niet. Ik kan me mateloos ergeren aan types die bij ieder artikel de meest grove beschuldigingen naar wie dan ook uitten. Of het nu om een verongelukte motorrijder gaat of een moeder die haar kind door een noodlottig ongeval verliest, iedereen weet er op internet alles over te vertellen. Zelfs op een dusdanige wijze dat er zelfs met een beschuldigende vinger gewezen wordt naar de slachtoffers. Suggererend dat het hun eigen schuld is wat er gebeurd is. Het prettige is dan eigenlijk dat het iedereen overkomt zonder aanzien van het persoon. Als al deze mensen zouden weten wat hun te wachten stond, zouden ze dan ook deze beslissing genomen hebben? Hoe vaak kom ik niet van dit soort eencellige organismes tegen die tegen iedereen en alles ageren. Precies weten hoe het allemaal in elkaar steekt en nog mooier hoe het allemaal opgelost moet worden. Hetzelfde soort types die snel de andere kant uitkijken als het ergens mis gaat of doorrijden omdat er iemand hulpeloos op straat ligt of overvallen is. De realiteit komt dan immers ineens heel dichtbij. Wat we dan zeker niet uit het oog moeten verliezen is het feit dat als ze zichzelf snijden en wat bloed zien gelijk tegen de vlakte gaan. Vaak gaan ze na het bijkomen nog een keer gestrekt omdat ze een prikje krijgen tegen bv tetanus. Weg het stoere gedrag, niks geen babbels meer. En hierover plaatsen ze natuurlijk niks op internet. Ik vraag me vaak af wat de media bezield om bij ieder artikel dat ze plaatsen, een forum te openen, zodat lezers van alles op internet kunnen delen. Het merendeel zegt dan: “Waar maak je je druk om, dat moet toch kunnen?”  Nee dat moet dus niet kunnen!! Als ik zo de beelden bekijk van de commotie op het mediapark en de daarbij aanwezige commentaren van de zogenoemde betweters gaan mijn haren recht overeind staan. Er verschijnt een persoon in beeld die duidelijk verward is, een brief schrijft die kant nog wal raakt en na een kort bevel zich overgeeft en zijn wapen laat vallen zonder enige vorm van verzet. Natuurlijk kan ik begrijpen dat het hele gebeuren een behoorlijke impact heeft op de aanwezigen in de studio en ook de daarmee gepaard gaande commotie. Maar in hoeverre is er iemand iets te verwijten? Ik ben zelf de nodige malen op het mediapark geweest en de beveiliging is daar goed geregeld. Melden bij de portier, detectiepoortjes, een pasje wat uitgereikt wordt en een medewerker die je op komt halen bij de balie. Het is geen kwestie van gewoon naar binnen lopen en de lift pakken naar de studio. Zelfs als je de lift weet te bereiken kom je nog niet verder dan de hal want ook op de desbetreffende verdiepingen heb je toegangspassen nodig. Ik wil al die heldhaftige types wel eens ontmoeten die met de loop van een pistool in hun nek  weigeren om een deur open te maken. Degene die dat lef wel  hebben krijgen er 9 van de 10 keer spijt van. We kunnen ons niet wapenen tegen individuele acties van terroristen en/of mafkezen. Als het zo makkelijk was om ons daartegen te beschermen mag de eerste die daar een antwoord op weet reageren. “De weg van de rede werd al vaak geblokkeerd door de loop van een geweer” schreef Peter Koelewijn ooit. Je weet nooit uit welke hoek het gevaar kan komen. Niet iedereen en alles is te beveiligen. Maar door de ongenuanceerde uitspraken op forums etc wordt er de suggestie gewekt dat iedereen alles verkeerd doet en het allemaal veel beter geregeld kan worden. Waar moeten we dan heen? Naar een solitaire staat met de doodstraf? Waar big brother ons allemaal bekijkt zonder dat we er wijzer van worden. Laat ons gewoon ons leven leiden waarbij we de realiteit niet uit het oog verliezen. Gewoon waakzaam blijven en open staan voor anderen. Wij zien vaak genoeg geestelijk gestoorde patiënten en ondanks hun psychose kunnen we ze echt niet onder het  kopje zelfmoord terroristen of extremisten plaatsen. Iedereen is wel eens de weg kwijt in deze maatschappij.  En veel van deze patiënten zien dingen die er niet zijn of hebben waandenkbeelden over de wereldheerschappij. Maar zijn ze echt een gevaar voor onze wereldbevolking? Een beetje sturende hand, een wat gerichte aanpak en ze laten hun wapens vallen. Het zijn niet de beelden de we binnen kregen van Parijs:  “Je suis Charlie,” nee, meer de beelden van: “Je suis debiel”

In Parijs richtten ze een bloedbad aan dat was in onze studio toch niet echt van toepassing? Een “ludieke actie” of “cry for help” is beter geformuleerd. En zeg nou zelf, als het een spotje was geweest voor: “Even Apeldoorn bellen”  dan had iedereen het met een hoge score beoordeeld.

De wereld is ziek, de politieke leiders zijn ziek, is de zendtijd-vrager zieker dan de rest??

Review van medeschrijfster

28 jan 15
R.A. de Jong
No Comments

Soms komt een boek op een heel andere manier in je handen, dan normaal. Dit boek, door de Jong zelf ontworpen, heeft zo’n impact dat het een mooie recensie verdient. Een handreiking aan de “ontwetende” mensen die nu eens lezen wat zich afspeelt in zo’n ambulance. Misschien iets om aan te denken, als je weer leest dat hulpverleners lastig gevallen worden door onverlaten. Een mooie kijk op hoe het er aan toe gaat, voor, tijdens en na een rit.
Een vraag van mij over een medisch onderwerp op de sociale media bracht me vrijwel meteen naar Ronald de Jong. Ronald de Jong is auteur. Tevens is hij ambulancemedewerker/First Responder in regio Gelderland – Midden.

Voor mij de uitgelezen persoon om mij van een antwoord te voorzien. Tenminste, een kant en klaar antwoord op de vraag die ik stelde. Maar ik wilde meer horen. Over hoe het nou voelt, het werken in een ambulance. Emoties, hoogte- en dieptepunten. Al schrijvend naar elkaar kwam zijn boek naar voren: Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis. Hierin beschrijft de Jong zijn ervaringen in de ambulance.

Niet lang hierna kreeg ik zijn paperback in handen. Een mooi boek vol verhalen over 33 jaar dienstverlening. Ik begon te lezen en kon het boek niet meer wegleggen. Een boek met een lach en een traan. En een laatste verhaal waarvan ik heel diep moest slikken…

Ronald de Jong start in de jaren zeventig zijn werkzaamheden in het ziekenhuis als broeder. Hij kwam al snel in contact met een ambulancemedewerker. In die tijd “werkte” het nog heel anders dan nu. De Jong heeft goed omschreven wat hij destijds meemaakte. Geleidelijk beginnen vervolgens de eerste verhalen. De Jong omschrijft casus na casus op een duidelijke, prettige wijze. Hij vertelt over mogelijke achtergronden, rauwe emoties, verdriet, soms opluchting en ook ongeloof over familie, artsen of de patiënt zelf.

Tussen de verhalen door geeft de Jong wat inside-informatie over hoe hij werkt met zijn collega’s en over hoe het er aan toe gaat op de meldkamer. Niet alleen de ritten worden beschreven, maar ook de collegialiteit, de samenwerking met artsen en het ziekenhuis komt naar voren. De Jong laat ook de nodige zelfspot naar voren komen, door te vertellen wat er kan gebeuren als hij of zijn collega zelf ziek zijn.

Mijn vraag over de emoties en gevoelens in een ambulance zijn zeker naar tevredenheid beantwoord. Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis heeft me gepakt, geraakt en aan het nadenken gezet. Een goed boek, mooi geschreven in vlotte bewoordingen. Het is een eerlijk verhaal, onverbloemd verteld. Een verhaal waar menig relschopper iets van kan leren: blijf met je handen van onze hulpverleners af!

Kirstin Rozema

PTSS, Het relaas van Bert

11 jan 15
R.A. de Jong
one comments

PTSS?   Dat zal mij niet overkomen

Bert werkt al jaren bij de brandweer. Hij is als vrijwilliger actief betrokken bij het korps. Als vaste gewonden verzorger is hij de medische man binnen zijn sectie. De groep waar hij deel van uitmaakt is hecht en iedereen kent elkaar, ook vanuit de privé situatie. Op de gezamenlijke oefenavonden wordt er veel gepraat over werkgerelateerde zaken en als groep doen ze mee aan jaarlijkse wedstrijden. Bert heeft in de afgelopen jaren veel ellende gezien. Hij en zijn groep zijn vaak betrokken geweest bij zware verkeersongevallen veelal met dodelijke afloop. Het is al diverse malen voorgekomen dat ze bekenden uit een wrak moesten zagen. Soms lichtgewond, soms zwaargewond of al overleden. Het risico om een bekende te treffen is groot in het gebied waar Bert werkt. In de buitengebieden en dorpen zijn de brandweer vrijwilligers bijna allemaal inwoners van het dorp en hebben daar ook vaak hun full-time werkzaamheden. In zo’n gemeenschap kent iedereen elkaar en het is een gegeven dat ze vaak geroepen worden bij incidenten waar bekenden bij betrokken zijn.

De incidenten waar ze mee te maken krijgen worden op de kazerne vaak nagesproken en als het nodig is wordt er een beroep gedaan op het Bedrijfs Opvang Team. De onderlinge verstandhouding is goed en niemand heeft het gevoel dat er collega’s zijn die problemen hebben met het verwerken van hulpverlenings situaties. Ook Bert mengt zich regelmatig in de gesprekken van de groep en niemand heeft er enig benul van dat Bert minder stevig in zijn schoenen staat dan hij doet voorkomen.

Tot op heden heeft hij zich goed staande kunnen houden. De inzetten die hij gedaan heeft en waar zwaargewonde slachtoffers bij waren, heeft hij goed kunnen verwerken. Hij kan zijn collega’s motiveren en steunen die er wel zichtbaar problemen van ondervinden. Niemand binnen de groep kent de angst die Bert al jaren beheerst. De angst die bij iedere oproep opnieuw naar boven komt, hem klamme handen en een droge mond bezorgt. Hopend dat hij nooit aan zal treffen wat hem al jaren slapenloze nachten bezorgt. Hij weet dat hij zichzelf constant moed in blijft spreken. Ondanks alles wat er gebeurt is zal dat vreselijke moment zich herhalen.

De vraag is niet of het gebeurt, maar wanneer. Vaak heeft hij zich afgevraagd of het niet beter is om te stoppen met zijn vrijwilligerswerk en daarmee te voorkomen dat hij opnieuw in die situatie beland die hij al jaren probeert te verdringen. Zelfs zijn eigen vrouw heeft geen idee van zijn geestelijk geworstel, het hele nachten wakker liggen en het slikken van kalmerende middelen. Nooit heeft hij gesproken over de impact die het bij hem teweeg gebracht heeft. Als brandweerman kan hij het zich niet veroorloven om die gevoelens te tonen. Hij is getraind om handelend op te treden onder alle omstandigheden.

De pieper gaat en Bert laat zijn dagelijkse werk voor wat het is en fietst snel naar de kazerne. Op het display aan de muur staat om welk incident het gaat: Ongeval met beknelling op een steenworp afstand van de kazerne. De meldkamer geeft de bevelvoerder van het voertuig via de mobilofoon aanvullende informatie.

Bert verstard als hij hoort dat het slachtoffer bijna niet meer ademt.

 

Luister naar het relaas van Bert

 

 

————————————————————————————————————————————————————————————–

 

 

Ruzie tijdens de kerstdagen

08 jan 15
R.A. de Jong
No Comments

Ik heb altijd de stille hoop dat onze medeburgers op feestdagen meer aan zichzelf denken dan aan ons. Want laten we nou eerlijk zijn, het feesten en de gezelligheid zijn toch meer voor elkaar bedoeld dan voor een kennismaking met de hulpverleners. Ondanks dat ik na 35 jaar in het vak beter moet weten, hoop ik altijd op rustige feestdagen. Hebben we ons net goed en wel geïnstalleerd op de bank voor de TV begint de pieper begint alweer te rammelen. Ik vraag me wel eens af of er ergens verborgen camera’s hangen. Het kan toch geen toeval zijn dat altijd als je, net je schoenen uit hebt getrokken, je eten op hebt geschept of op het toilet zit, dat ze je oppiepen. Ik werp snel een blik op de klok die even voor 10 uur aanwijst en zeg tegen mijn maatje van die dag: “Beetje vroeg voor hartklachten op kerstochtend, of niet?” Wat kan er nog meer in de aanbieding zijn zo vroeg in de ochtend? Een hersenbloeding, valpartij?

We klauteren in de auto en op het display kunnen we lezen dat het gaat om een jonge vrouw die onwel geworden is en niet meer aanspreekbaar is. We kijken elkaar aan en denken waarschijnlijk hetzelfde. Of het is echt foute boel of het valt allemaal wel mee. Het betreft immers een jonge vrouw en als het om een reanimatie zou gaan, hadden ze dat er wel bij gezegd. Veel geluid hoeven we niet te maken want om dit tijdstip is er nog geen kip op de weg, behalve wij natuurlijk. Een minuut of 6 later arriveren we op het opgegeven adres waar we worden opgewacht door een man die redelijk in paniek is. Hij maant ons tot spoed want het gaat niet goed mijn zijn vriendin. Op mijn vraag wat er aan de hand is kan hij alleen maar meedelen dat ze er slecht aan toe is. We denderen met spoedtas en monitor de trap op en zien de patiënt vanuit het trapgat bijna naakt op de badkamervloer liggen. Nou ja, je kan het slechter treffen op de vroege ochtend, denk ik bij mezelf. Even een snelle blik op de patiënt en de omgeving en mijn eerste conclusie is dat het allemaal wel meevalt. Ik kniel naast haar op de badkamervloer en kijk even goed naar haar mimiek en gesloten ogen. Ondanks dat ik haar aanspreek blijven de ogen netjes dicht. Ik verwacht eigenlijk niets anders. Ik wrijf even snel met mijn vingers over haar wimpers en zie gelijk de reactie van iemand die bewusteloosheid veinst. Ik geef mijn collega een seintje en zeg: “Maak maar even een volledig hartfilmpje en doe ook de rest van de controles zoals bloeddruk, pols en een suikergehalte maar even”. Ik heb het wel gezien en hij kan dit verder wel alleen afhandelen. Er is niet veel aan de hand met haar. Wij noemen dit soort gedrag een conversie oftewel een uiting van theatraal gedrag. Voor buitenstaanders ziet het er altijd heel indrukwekkend uit. De patiënt laat zich vallen, maar nooit op een manier dat hij of zij zich pijn doet en blijft vervolgens met gesloten ogen en niet aanspreekbaar op de grond liggen. Voor buitenstaanders ziet dit er uitermate beangstigend uit, die denken meestal dat iemands laatste uur heeft geslagen.

Ik kijk naar de zenuwachtig heen en weer lopende man en zeg tegen hem: “Loop je even mee naar beneden? Mijn collega handelt het verder af  met je vriendin boven”. Hij kijkt erg opgelucht en in rap tempo loopt hij voor mij uit. Ik kijk hem aan en zeg: “Wat is er nu eigenlijk aan de hand?”. Hij kijkt een beetje schuchter om zich heen en zegt zachtjes dat er wat spanningen zijn. Wat spanningen lijkt me zacht uitgedrukt. Ik kijk hem aan en zeg: “Kom op vertel eens wat meer, wat is er nu eigenlijk echt gaande”? Ik heb dan wel een 12 uurs dienst, maar heb geen zin om een halve dag te wachten op een antwoord. Hij kijkt me een beetje schaapachtig aan en begint schoorvoetend te vertellen: “Het is mijn schuld dat dit gebeurt is”. Het wordt me al wat duidelijker, ik wed dat hij wat geflikt heeft wat zij wat zij niet kan waarderen. “Ja weet je”, gaat hij verder. ” We zouden over een half jaar gaan trouwen”.  “Ja en?” vraag ik. “Nou ja om een lang verhaal kort te maken, ik ben vreemd gegaan” flapt hij eruit. Waarop ik hem vraag: “En dat moest je net vandaag vertellen, op eerste kerstdag?” Hij geeft toe dat hij dat eigenlijk niet vandaag had willen doen maar pas in het nieuwe jaar. Ja dat was mij inderdaad ook een stuk beter uitgekomen. Dan had ik nu op de bank gezeten met een bak koffie en een stuk kerststol.

Hij kijkt me verwachtingsvol aan en vraagt ineens of ik koffie wil. Ik zeg: “Graag, want het zal nog wel even duren,ben ik bang”. In de tijd dat hij koffie aan het zetten is doet hij een boekeje open over de verder details. Hij vraagt me:”Wat moet ik nu doen”? Ik zeg:”Wil je een lul verhaal horen of wil je gewoon een eerlijk antwoord?”. Hij kiest voor het tweede. “Ik denk dat je gewoon even iets moet regelen voor je vriendin, er is vast wel iemand die gebeld kan worden en haar kan opvangen”. Om op dit moment verdere escalatie te voorkomen adviseer ik hen om zijn spullen te pakken en hem te smeren naar zijn eigen woonplaats. Een adempauze lijkt me nu wel even gewenst. “Als ik het goed begrijp is dit iets wat niet meer goed komt”. Hij kijkt me aan en zegt: “Eigenlijk zeg jij hardop wat ik denk, en ik weet dat dit het verstandigste is om nu te doen”. Ik vraag hem wat hij voor de kost doet, hij vertelt me dat hij financieel manager is in een grote organisatie. “Oh, crimineel” dus pareer ik zijn antwoord. “Bijna” zegt hij, “Ik zit nog net aan de goede kant”. De koffie is op, zijn toekomstige ex-partner ligt in ieder geval lichamelijk volledig genezen op bed. Geestelijk zal het nog wel iets langer nodig hebben. In afwachting van de hulptroepen heeft hij nog even de tijd om zijn spullen bij elkaar te zoeken. Het is te hopen dat hij zal moven voordat zij beneden arriveert en het circus opnieuw zal beginnen.

1 COMMENT

  1. Hielke Bethlehem januari 13, 2015 at 12:00 am Reply

    Ha Ronald,

    Na het lezen van je boek “Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis” is deze blog een hele mooie aanvulling op je boek. Ik heb je blog met veel plezier gelezen en hoop nog vele leuke verhalen van je te mogen lezen.

    Ga zo door, want hier doe je vele een plezier mee, binnen de hulpverleningswereld en daar buiten.

    Groeten van een tevreden lezer.

Gratis mini E-boek:

SINISTERE EN DOODSE STILTE

Melding: Rangeerder bekneld tussen wagons.

Ik kom als eerste ambulance ter plaatse. De hele entourage ademt een sfeer uit dat het hier niet gaat om een standaard inzet. We verwachten eigenlijk een overleden patiënt aan te treffen. De impact die twee treinwagons hebben op een menselijk lichaam is bijna altijd dodelijk. Het meest bizarre is dat de man die met buik en bekken tussen de stootbuffers van de gekoppelde treinstellen geklemd zit, volledig aanspreekbaar is en bijna geen pijn heeft. Nu is de afwezigheid van pijn niet zo bijzonder omdat een groot inwerkend geweld vaak een pijnvrij interval geeft. Het meest bizarre is dat de man niet bewusteloos is en precies kan verwoorden wat er plaats gevonden heeft. Hij is bezig geweest met rangeerwerkzaamheden en is tussen de treinstellen door gelopen zoals hij continue doet. In een fractie van een seconde is hij door nog onbekende oorzaak vast komen te zitten tussen de stalen stootbuffers van de wagons.

We kunnen medisch-technisch niet veel voor deze patiënt betekenen. Er wordt een infuus ingebracht en we dienen een paar ampullen morfine toe, we geven zuurstof en controleren de bloeddruk. Ik begin een gesprek met de patiënt en vertel hem dat wij zijn leven niet meer kunnen redden. Het letsel bestaat uit een geheel samengeperste buikholte en een totaal verbrijzeld bekken. Niemand durft het aan om de treinstellen los te koppelen. De overlevingskans na bevrijding is nihil. Dit letsel is niet verenigbaar met het leven. Een traumateam is niet voorhanden en als het beschikbaar is zal de tijd ons parten gaan spelen en die tijd hebben we niet meer.

Ik denk dat de patiënt zich verzoend heeft met het feit dat hij dit ongeval niet zal overleven. Ik vraag hem of hij familie heeft en of hij die nog wil zien voor hij zal overlijden. Hij vertelt me dat hij een vrouw en twee jonge kinderen heeft. De kinderen zijn te jong voor de aanblik van dit macabere scenario en ik vraag aan de Rijkspolitie of ze zijn vrouw en broer thuis op willen gaan halen en ze zo snel mogelijk naar de plek van het ongeval willen brengen.

Tijdens de terugreis kunnen de agenten dan op voorhand de familie voorbereiden op de situatie en uitleg geven over het vermoedelijk fatale verloop. Ik weet niet hoe ze het voor elkaar krijgen maar in recordtijd komen er van twee kanten politieauto’s aanrijden met de echtgenote en broer van het slachtoffer. Het is onbeschrijfelijk wat er op zo’n moment door iedereen heen gaat. Machteloze hulpverleners, zwaar aangeslagen familieleden die geen idee hebben van het horror scenario waarin ze terecht komen en de patiënt die zijn geliefden vaarwel moet zeggen en weet dat het leven binnen enkele minuten afgelopen zal zijn.

Benieuwd naar de rest van het verhaal?

Druk op:   Ja, stuur mij de rest van het  verhaal toe

Als extra krijgt u tijdelijk een 2e verhaal

Vermeld svp even uw naam.

 

Veel leesplezier!

 

PS: Al je gegevens blijven vertrouwelijk. Afmelden kan eenvoudig en op ieder moment.