Blog Detail

Leg hem maar in de schuur!

16 dec 15
R.A. de Jong
6 comments

We zitten in de stromende regen als verzopen katten een behoorlijk lange tijd te reanimeren, twee ambulances en een ploeg van de vrijwillige brandweer zijn erbij aanwezig. Gezien het verloop van de reanimatie is er waarschijnlijk meer aan de hand dan primair ventrikelfibrilleren (chaotische hartactiviteit). Het besluit om de reanimatie te staken kan niet uitblijven. Ik vraag de rest van de ploeg om alle apparatuur en slangen af te koppelen en zeg dat ik de familie in ga lichten en een plek ga zoeken waar we de patiënt neer kunnen leggen.

Ik stiefel de van plavuizen voorziene bijkeuken in en loop richting huiskamer. Daar ligt een keurig en lichtgekleurd hoogpolig tapijt. Het zou niet bij me opkomen om met een paar bemodderde kisten door te banjeren naar de huiskamer. Ik ben amper de bijkeuken ingelopen, druipend van de regen, of de echtgenote vliegt als door een wesp gestoken naar me toe.”Hup, schoenen uit jij, ik ben nogal schoon op mijn spullen.” Ik denk eerst dat ik het niet helemaal goed verstaan heb en zeg: “…Pardon.” Ze komt vlak voor me staan en herhaalt haar eerste opmerking, ik denk nog even en ze vliegt uit haar zwarte kousen. Ik kijk haar aan en zeg: “Ik peins er niet over, ik kom hier om te vertellen dat uw man overleden is en u maakt zich druk om wat troep op een plavuizenvloer.”

Ze kijkt me met een vernietigende blik aan en neemt kennis van het overlijden van haar man. “Nou ja” zegt ze, “Ik had ook niet verwacht dat hij erdoor zou komen.” Ik besluit om niet in te gaan op haar botte commentaar, want ik voel op mijn kisten aan dat het een uitermate onplezierige tante is. Ik kijk rond in de keuken en vraag haar of ze beneden ergens een bed heeft staan. Ze kijkt me niet begrijpend aan en ik verduidelijk dat we haar man binnen willen neerleggen op een bed totdat de begrafenisondernemer arriveert. “Niks ervan, geen haar op mijn hoofd die eraan denkt” zegt ze. Even denk ik dat ze het over iets anders heeft en ik zeg: “Hoezo niks ervan?” “Hij komt hier niet binnen” zegt ze, “Leg hem maar in de schuur daar zat hij toch altijd het liefst.”

Nou, als ik haar zo bekijk kan ik hem geen ongelijk geven. Ondertussen begin ik me aardig te irriteren aan die arrogante tante en zeg resoluut:” Nou moet u eens goed naar me luisteren, we komen hier voor de reanimatie van uw man en we worden afgebluft en behandeld als een paar schooljongens. Uw man is overleden en hij wordt hierbinnen neergelegd, of u het er nu mee eens bent of niet. Hij heeft toch wel enig recht op respect en waardigheid lijkt me.” Zo, dat is eruit, het zal me niks verbazen als ze al bezig is om een klacht te formuleren, terwijl we hier nog bezig zijn. Misschien heeft ze de brief al gepost voordat we manlief goed en wel op het logeerbed hebben liggen. Nou ja dat moet dan maar, misschien krijgt ze nu wat tegengas in al die jaren, want ze knikt en beent weg. Een koppel brandweermensen komt binnen met de patiënt op de schepbrancard, alle drie dik onder de modder en druipend van de regen. Ik kan me nog net inhouden om hierover een opmerking te maken terwijl ze naar binnen stommelen.

Moeders is inmiddels opnieuw gearriveerd, en vraagt aan mij: “Wat nu verder?” Ik zeg: “Ik zou de begrafenisondernemer kunnen bellen en vragen of hij de afhandeling wil regelen, dan gebeurt het opbaren in het mortuarium en daarna kan uw man thuis opgebaard worden of in het mortuarium al naar gelang wat hij wil of jullie onderling afgesproken hebben.” Ze vraagt of thuis opbaren goedkoper is en ik vertel haar dat ik dat niet weet maar dat ze dat kan overleggen met de uitvaartleider als hij er is.

Terwijl ik met haar in gesprek ben bemoeit een gearriveerde buurman zich er voor het gemak maar even mee en begint uit te leggen hoe een en ander in zijn werk gaat. Ik geef aan dat, als hij het allemaal zo goed weet, hij misschien beter mijn gesprek af kan maken en verder alles gaat regelen wat nodig is. Nu komt de wind onverwachts uit een andere hoek waaien: is die vrouw eindelijk te benaderen, begint die buurman weer. “Mijn vrouw is pas overleden dus ik weet precies hoe het werkt” zegt hij. In gedachten vraag ik me af: “Zou zij ook een moestuin gehad hebben?” Het is in ieder geval een leuk stel voor de toekomst. Hij die alles weet en zij die alles schoon houdt.

Mensen reageren heel verschillend bij het overlijden van een partner, soms zijn het onvoorspelbare emoties en soms is er duidelijke opluchting als er één het loodje legt. Hulpverleners die daar bij betrokken zijn, staan soms raar te kijken van de reacties die ze ongevraagd van nabestaanden te horen krijgen.

Ik hoor een echtgenoot vlak na het overlijden van zijn vrouw letterlijk tegen ons zeggen: “Neem haar maar gelijk mee dan kunnen ze haar zo snel mogelijk verbranden.” Eerst denk ik dat ik het verkeerd verstaan heb. Mijn collega kijkt me aan en ik ontwijk zijn blik. Ik doe alsof ik zijn opmerking niet gehoord heb en zeg: “Misschien kunt u wat kleding klaarleggen voor als de begrafenisondernemer straks komt.” Waarop hij zegt: “hoezo, ze kan toch gewoon aanhouden wat ze nu aanheeft?” “Meneer de kleding die ze aanheeft hebben we helemaal kapot geknipt” zegt mijn collega. “Ja, so what?” zegt hij. “De kist gaat gelijk dicht en over een paar dagen gaat de brand erin, niemand die het weet. Ze is dood nu en het is voor mij over en uit.” Mijn collega en ik staan perplex.

We moeten altijd netjes zijn, begrijpend, empatisch etc., maar wij zijn ook gewone jongens die zo goed mogelijk ons werk doen maar zeker niet gevoelloos zijn en soms dwalen onze gedachten en opmerkingen wel eens een wat minder professionele kant op. Twistende of opstandige echtgenoten komen we tegen, maar ook meewerkende partners die een onderlinge band hebben die ons begrip te boven gaat.

Meer lezen? http://www.boekenbestellen.nl/boek/maar-ik-heb-helemaal-geen-centjes-voor-de-begrafenis/9789081840002

6 Comments

  1. Mathilde vanOmmeren december 17, 2015 at 1:24 am Reply

    Hey Ronald, boeiend om te lezen! En echt vanuit jou beschreven 🙂 Top

  2. Erik december 17, 2015 at 9:52 pm Reply

    Herkenbaar Ronald. Moeten maar weer eens koffie drinken. Mis dat contact wel sinds we in Renkum weg zijn.

    • R.A. de Jong december 17, 2015 at 9:57 pm Reply

      Goed idee Erik, de tijd vliegt. Tis wel erg stil nu in Renkum
      Alvast fijne dagen gewenst, doe de rest maar vast de groeten van me

  3. LEG HEM MAAR IN DE SCHUUR! | 112Vandaag.nl februari 22, 2017 at 8:25 pm Reply

    […] Bron: ambulancehulpverlening.com […]

  4. Eric van der Vlies februari 23, 2017 at 12:06 am Reply

    Soms krijg je een snauw en soms een taartje.
    Liefde en haat ligt dicht bij elkaar en elk verhaal heeft weer een staartje.
    Herkenbaar en uit de hulpverlener geschreven.
    Begrip en respect.
    Gr. Eric (brandweermens)

  5. iekie februari 24, 2017 at 10:47 am Reply

    Mooi geschreven .Zag het helemaal voor me! Ik ben uitvaartleider en kom ook bij diverse families over de vloer. De een totaal ontredderd en de ander volledig stoïcijns over wat er gebeurt is. En dat zijn vaak de meest lastige situaties. Je hebt eerst totaal geen idee waarom men zo reageert. Ambulanceverpleegkundige en uitvaartleider, de een komt na de ander, maar staan eigenlijk naast elkaar.

Leave A Comment

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.